Nieuwe Kathedraal van de Erotische Ellende

Icon

NL afval van Kathedraalauteur dirk vekemans – bezoekt de Kathedraal op http://www.vilt.net/nkdee

Droogte

De Vergelding

13 Onheilspellende, vicieuze sonnetten
(in´t zwart geschreven)

#1 o droogte zal (onheil o onheil o)

O, ik die de droogte niet zomaar benoem, schrik
Naar het dorp Is (dat de huizen zo kleuren), mij
Heimt echter de aardse kleur die als een huid is zo
ezelstrak zit de put is/was der wegspurtende krabben.

In het jongetje Wij dat de helmen Er verzamelt, dat dan
Legt die met de kleine gaatjes, die dan met het prut
O & die met de rand tenslotte rondom de grillige uitwas in
O-vorm van boven op geschoten of af vanonderen.

Nog bij een kwal is die Zij zo zij nauwelijks iets al (tsl).
Hé zo ons iets al is dan bv dit slokminderend (slkmndrnd)
Ei dat droog dat de droogte droogt, dat droog is (drg).

In of voor de kleur U of de vorm, niet de roem (rm).
Laat staan het geld: o blauw dat zilte haar pruim (prm).
Ook zomaar o kak dat het lid weerom stofgutst (stfgtst):


#2 zelfs al moorden de aanslagen niet (onddbhssgi & lhi)

& ook dit maar zo kak dat het lid stofgutst ik &
Niet dit mombakkes dat blind woestenij kauwt
dit dmv zweetuitval gestremde rubberglanspak met
deze de mode van doem de ode omdoende zeden:

bij inval van het heden wij geplatbuisbeeld RGB zijnde
hebben morgen plasmaplatbuikjes allen hinase ic enda thu, [klapt]
sta toch o beeld : de golven opgeverslijken overstappende heldin
spoelt over de golf shoppersterrasjesdopedoden, plast vol

g$d op die in zijn jaren te bibberen begint, daar alles
immers uitvalt Hem 1 per 1, U ook al gij Brute Mohammed
& Gij die uw Jezeke stookt van de zonderdaagse

lanceerplatformen de brandstof in de beuken
het geil in de rokken O kinkels roept zij het Kind
in de roestig met realiteit bevlekte Ontvangstarmen

#3 de ikbarst de ik barst de i k br s t

Kom in de rosse die met de realismusmuis haar belikte Ontvangstbenen
Wijds open & Plug uw plooizang in dit de bloedeloze omloop het Volk:
Neem k1 is met uw zaden i (x1,x2, tot xn), k2 is met uw cellen s
(y1,y2 tot yn), dan is ik1 de mond in bij k2s meestal gelijk of

groter dan k2s minus het bloedeloze met k1 erin. Waarheid
loopt om & om & in de ommegang kent men zijn vrienden.
Haan kraaie, hen legge, zo is de voortgang der pennen:
is de kam gekomen dan zwijgen ook weldra de hennen.

Kont is U de roestige draad uit? kunst is ons het zwijgen af te vangen.
Bevlekt immers niet het ik zich wie dan Wodan hoedan homaar?
rukt het mij niet de harten uit? niets ist nog, enkel het koper bestaat,

het koopt op, loopt, hoopt op verlossing in aftelrijmpjes, worst om het vel
in te binden, te wijfjesstrikken a.h.w.. 321, O minne, ziehier de er-volte:
Barst in dit hoofd & ik zal u graag al het zijnde in zinnen verstillen.


#4 in het verhaal niet

De barst in het hoofd waarmee zij gaarne al het zijnde in zinnen zouden
Verstillen. Het verhaal niet dat niet begon, niet verder ging, niet eindigde, het
Nergens daarvan dat de diamantair de brandkast insluit alsof het hem zijn
Vriendin terug. De steeds langer wordende verzen in een unheimliche reeks

Sonnetten. Het zomert midden april, misschien moeten we ’s praten jij & ik.
Het toch zo niet verder, onze kinderen. Hoe schrijnend dient hierboven,
Hiernaast : uit het kader. Hieronder in de knieschijven tegen de tafel aangeplet.
U te ontschermen, vooraleer u nog eens, mij nog eens, 1 van de Onzen recht

In de ogen durft te kijken & te beweren dit dit maak ik voor u dit is de droom
Waaruit je nooit meer ontwaken zal
dit is wat je moeder & ik al die jaren zo
Hard, ons de vakantiedagen als Spartanen ontzeggend ons de Spaarlampen

Indraaiend hen allen met vaders zwarte gelden de stickers alle 11 aangekocht. Ja
Geloof ons kindje wij zijn het niet, wij hebben het beste ach het zijn is de ander, sluit
wel nu je ogen ajb, kijk niet meer op nee niet ons aan niet in het verhaal kijken aub.

#5 ontbreken het onsamenhangen de (de nietsbarende n-w´en)

hebben. ‘Bear’, ‘mayo’, ‘holland’, ‘dyon’: een schier middeleeuwse malaise is het
dit virale, van alle staten het meest voortreffelijke onderwijs ten spijt loopt
het bij het begeleid de zee inlopen vooralsnog fallikant mis:
Ik, in alle oorden de N/W kwijt, verhard (t) wel tot een degelijk jijlijk

maar je kijkt effen weg & zó misvingerhaakt zich 1 der schikgodinnen &
lap, je zit vreemd te stoelen (de gang is er uit) & met een stel onbekenden
in de treintube een vreemd land te doorrazen, de punt 50 meter voor

je, de staart 120 naar achter. Mensenkruimels in de opgestropte maagringen.

Gebruiksaanwijzingen bij het landinwaarts golfslingeren van het Beest.
Het gromt ter duiding van het dejà-vu, vermoedelijk het zomerproza dat
de klimaatsschommelaars terwille te vroeg inzet. O, de subtiele verheffing

van vers opengeplooide roestvaten in het gras, een brede tak met volle
bloesems hangt zwaar de weide te beslagschaduwen. Geen. De tijd loopt af.
Het grauw mort. Bloedstank, bekken bekken dat ze toch niets te verliezen

#6 bij het monotone huilen der talloze overlevenden (een poging op/tot repeat)

glanzen. Het gemortelde gruwen bij bebloedstankte bekkens, de ovularia’s
dat het hunne gedane … dat zij in het kwalijke zicht van het spitse Ene
… dat vanzelfsprekend de Leiders van het Redelijke Ei… op de geijkte wijze
& wij Inslaande op de Ie der vermolmde borstkassa’s rond de pikorde, há-

mé-rénd de schoenzolen in het halfrond, de eisen werkzekerheid, de verlangens

pensioengerechtigdheid & dood maar zeker sterkere zekeringen want die hitte. Hoe
veel dat allemaal kosten moet & of een cheque wij zullen AB of BM met het dekken
belasten. Jaja, ik kom. Enkel het impliciete nog even verder allegoriseren, de eindjes

samenknopen, de reeks effen halveren, de verborgen vooronderstelling ligt
nu toch al te droogsissen, dit kan enkel nog eindigen in berekende tijdsklem &
lamlendig sentimentenrot. Nee dan wij van het Aqua Clara, wij bruisen enkel

indien nodig, onze borsten plat maar immer nat & de benen zitten goed. Kom.
Sta. Kijk. Hoor. Vanachter de glooihelling rijzen ons de verblindend witte zonnen
der koplampen, dra staan onze namen grijs geplet in het midden-macadamse

#7 De excuses die zelf al erg verzwakt nog bij de dwalingen lopen te dolen

wanneer U, o Lezer, onze namen grijs geplet in het midden-macadamse legt
te smelten, bedenk dan dat het ons …. Die verlossing staat U wel … U zult
ons evenwel moeten … dit … een vervlechting, een weefsel, het spel hapert,-
meneer ik & mijns inziens. Het lijk van het webwijf ziet het lijk van het webwijf.

Het lijk van het webwijf schuift langzaam van de wanden af. Handen. De boom
kromt de lucht in de boom, de boom licht haar lijn uit de kromme lucht de zon
slaat in, de boom klapt toe, de hunkerende liplezerslippen van 4D staan nog
een hele tijd op ruimteflapperen. O dat ik u knijpen kon. Van het zijn af. Olie.

De rest is, g. sta ons bij: er rest inderdaad wat van de restanten. De dood Kil

met het doodsjekkertje aan knoopt het doodsjekkertje open knoop per knoop.
&? Wel? Wat? Je ziet de zwarte twijgen knappen, je ziet de snoeren springen,

je hoort jezelf denken laat mij dit nu maar niet ontcijferen. Het webwijf weent
& weeft. Het webwijf snoept & weeft. Het webwijf leest & zwemt & weeft.
Geen Er is brug. De weg Altijd klapt in. Olie doet Overal de wanden glanzen

#8 Stelling 28 bis: de voering van de ware communicatie

er is geen brug, de weg klapt altijd in, de vingers haken maar olie doet overal
de wanden glanzen. Eén van vijf eendjes nekt zich de vijver door als een puistje
inzicht op de technè van het neo-scholastieke denken. De jagers (M/V)
richten.
Indien de spiegel correct staat opgesteld zullen de stralen dusdanig convergeren.

De voorstellingen van de inwerkingen op het menselijk Lichaam zijn, voorzover
zij slechts bestaan in de menselijke Geest, niet helder en duidelijk, maar verward.
Indien wij echter het klepperen van de voorstellingen simultaan afstellen op het ritme
der gezamelijk bewegende lichamen & aldus naar het eindpunt der voorstellingen af-

glijden zal er bij gelegenheid een simultaan-met-het-voorgestelde gekletter
optreden dat zich net niet aan de klepperende lichamen als identiek geklepper
zal voordoen, een p-t differentie die zich dan tot het veld der niet-betekenissen dwingt,

zodat beide lichamen zich op het toppunt bevindend aan elkaar zullen be-kennen,
waardoor de ont-kenning van de betekenis dus constituerend wordt voor de duiding
van een lo-caliteit waar beiden zich denkelijk in hun totaliteit bevinden maar dat

#9 De hond graaft mij een autobio (aka het neo-cyclisme)

in Kessel-lo alleszins waar beiden zich denkelijk geheel bevinden, maar dat is slechts geroep
van voorbijgaande aard, het aflopen gelijk, enige duizenden malen door de hond Neo
van de schuine schutting, waarbij allengs meer stof opstuift daar het gras droger is
& de woede intenser, zodanig dat mijn ik zich & de hond tot kalmte moet roeren. Wie

daar nu zit, nu u toch hier bent, vraagt u zich stellig bij de uitdagende poes twee
huizen verder, een rosse van enige afkomst, af? Het duistert mij geheel & alom ook
de wegels naar het duiden liggen met telbare lijken bezaaid. 1,2, maar het fatsoen gebiedt
ons eender welke dier lijken volledig te onttellen, hen in het aeternele der schrifturen

uit dit lamlendige weg te schrijven ahw. Mogen wij niet tellen, dan kunnen wij evenmin
echter u het gevraagde leveren, daar het wie dat u aanvroeg zich immers tot de andere
lijken in de eerste plaats quantitatief verhoudt: wij dienen representerend de liggende

(roerende) goederen immers terdege te rugnummeren zodanig dat elk ontsprotene
ontroerd in het toegewezene kan overgaan & de lastplichtigen met de rechthebbenden
op volstrekt navolgbare & diafaan berekende wijze kan worden gekoppeld. Nee, niet


#10 zoals menig scribent past het mij om bij dit olijke nieuws met gebogen hoofd

zo bereken je geen wijze nee & evenmin ontkoppelt een doorslag van het onnavolgbare
de woorden van de stilstand waarnaar zij door de meester werden toe gebrouwen. Roeien
met de riemen, tegen de riemen, tot de riemen op zijn & de waarheid gaat zweerbarsten,
zich botweg over het niet met bladgoud bedekte hout bij de onkiese walging gaat uitzuren.

Men eert je niet Jeroen, ze doen het enkel om je voor je talloze zonden publiekelijk te prijs-
nagelen, je hebt hun moedertaal immers in taal & haat ontbonden daar waar ze een eenheid
stond te beliegen als frigide gulden snede. Vertaald was elke Vlaming dus een kuttekop van jut
waar voor een paar frankskes iemand het stro diende in te lepelen. Zoiets zég je niet, dat

sta je bij je fles te drenken. Het wegkieperen daarvan is nog nooit een publiek te boven
gekomen. Men begrijpt niet dat je middels jaren met de laatste deur wijds open het leven zelf
ter dood leert a zeggen, b vervolgens tot de hele rimram nog ’s leéft & nog een keer tot het

goed zit verdomme & dat doet het toch nooit. Woorden leer je immers nooit wat ze dienen
te zeggen, ze moeren maar wat tegen de vijzen aan, ze helpen de bank in het rood te
verzinken waar de late zon je erf treft, het goede kwaad dat bij het onrecht in je ratelt maar

#11 alsof de dood die zich niet denken laat de metaforenzen zelf besturen gaat

het slangetje ratelt. Het erfgoed zakt in plakken de grond op. Een fret kijkt recht de zon in, het
sist al niet meer maar schuurt zijn verpulverende pels het zwart krullende blad op. Afdrukken.
De helderheid is 1400 cd/
m2

. Het wandelterrein raakt Kant. Er zijn 2 HDMI aansluitingen. Aan
het zijn wordt verzaakt, nochthans [ligt] ‘de zaak zelf diep … ingekapseld’. De localiteit is

pre-existentiëel, het oppervlak is er vóór de putten, maar de putten lopen droog dus komt
de grondlaag stinkend aan het opppervlak. Slijkgeur, het verderf verdampt quasi-ogenblikkelijk
verkrijgt het uitzicht van gerafeld gesteente. Digital Crystal Clear, de resolutie is 1024×1080 DPI.
De catastrofe is een koopje in vergelijking met eerdere aanbiedingen. De barbecue mag vroeger

op, dat scheelt ook weer een maand of twee. Minder kleren, meer sex, minder weerstand. Het
slangetje ratelt. Dat scheelt. Een maand. Slijkgeur. Afkappingstekens. Het was mij een genoegen.
’s ex. Resistente stanza’s, een lachertje. Ontdoe het blondje van alle metalen voorwerpen, gooi

het op de dampende motorkap. Krassen vermijden. Passione. Het erfgoed schuurt door de bocht,
er plakt al wat grond in. Uit talloze miljoenen komt het ene gezicht naar je
toegestapt, het
kijkt je recht in de ogen het zegt jij bent het, maar terwijl het dat zegt zie je achter de tong hoe

#12 niet zeg ik nee maar wij hebben geen keuze zegt ze nee zeg ik in kringen niet dat

wij vallen maar wij vallen niet samen het kermt & het galmt als ik je download de kabels
gonzen zo al genoeg. Niet zeg ik hoorbaar het niet aan niet nee niet herhaal ik het doen
buitenissig wij hebben wij hebben geen keuze immers de woorden lopen als potvissen
de woorden af & op naar het droge wij hebben het hebben, het eb & het eventjes piepen

slechts het vooronderstellende zijn wij de wiegbuik zijn wij wij nemen de benen eer het
gebeuren ons ontstellen kan eer de benen ons de harten scheiden eer ons de leegte
& het stof de gevreesde echo echo nieuwe echo aanreiken eer de talisman zich van het
koortje breekt & duizend stukjes onheil naar de vloer terug suizen daar zij daarnet daarvan

opvlogen. Het mooie van ons, gij daar met uw blinkoogjes waar de troost nu nee nu
in losbarst, is dat wij onze schoonheid niet vatten kunnen dat wij de verwekkingen
niet de baas zijn dat het ons zelfs overvalt als we het vakkundig versnijden wegsnuiven

oppotten, in pillen draaien, afknotten, de strot toenijpen, er met benagelde plankgesels
uitranselen, met stalen tippen afstampen, behoorlijk ijzerhoudend laten buikploffen op-
schrijven zelfs in vurige letters die de aarde met aarde doen branden tot het ons opvalt dat

#13 al bij al niet zonder vreugde dat hij het nieuwe seizoen voor geopend verklaarde

nog een geinige catastrofe bij het uitgerokken lijkencijfer uit de letterbak kon vissen. Dat de hoeren
hier ondertussen goedkoper zijn dan de hotels, je de productie kunstmatig op peil dient te houden
omdat anders omdat anders omdat anders omdat anders omdat anders omdat and$$$ digidigidigi – het
dichten op voorbeeldig talige wijze dreigt toe te slibben. Nu ja het was sowieso al niks meer sinds.

Hoor mij als ik je naam zeg, zie mij als ik deze ogen sluit. Ik zie ik zie ik zie zo de weiden verdorren
de vijvers wegdampen het bloed koken, het plasma sissen de aders verstenen. Het verdwijnen gáát lukken.
Als ik een search doe op je naam komen er al dertig anderen on top. Overigens. Het oog op de toekomst.
Voel het als ik je in gang por, smeek mij als ik op je bek klop. Verschroeiende verkiezingsthemata . De vele geaardheden

van het goede bedoelen in hun eigenheid respecteren, de stemmen tellen, er het rot uitharken, het sentiment
uitrekken, opspannen tot het net niet breekt, in de slijmrestjes peuteren & het dan vocaliseren, visualiseren,
de mogelijkheden van de technologie ten volle benutten, de bijsturingsmechanismen verfijnen, de controle

opvoeren, de blondjes tenslotte trainen in het smetteloos uitspreken van de keywords: wij, zijn, de, google,
babes, cellofaan, verpakt, bijlage, krant, heet, naald, nat, plekje, gratis, koop, nu, ook, met, hersens.
Wat een kutboek dacht je toen ze het laatste blad omsloeg, al bij al mocht je nog blij zijn dat men




onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

De wentelstaafjesopstelling gebiedt

ZO

1.

Omnia quae sunt vel in se
vel in alio sunt.
Alles van
het zijnde is in zich of in
iets anders. De betonkwaliteit
is B 45. Deze wentelstaafjesopstelling
gebiedt o.a.

  • een eenheid van beweging in het
    fragmentarische, die zich daardoor
    enkel als stilstand kan voordoen
  • het bloedstollende doekvallen op
    het toneel van de algemene tekst
    over het Niets (of omgekeerd)
  • de lijfelijke verscheuring
    der goedmenende intelligentsia
    door het grauw
  • het zijn dat elke contingentie
    door de geeigende presentie
    uitsluit

Het licht draait & valt op de kandelaar.
De kandelaar draait in het licht.
Het licht draait de kandelaar.
De kandelaar draagt het licht

(uit).

 

 

2.

 

De denker mort. Iedereen
kan lezen, verzucht men,
die dit lezen kan, maar
niemand kan lezen
wat dat lezen inhoudt,
laat staan wat dit te lezen
insluit. De nodige rubberen
expansiemoffen, ook voor
elektrische leidingen, worden
geplaatst om de wateredichtheid

van het geheel volledig

te garanderen. De locomotief
schiet zo de de laatste

spoorrestjes af. Zo. Wat is, is
in zichzelf of in iets
anders, maar het doek
valt, het toneel draait
weg, de inhouden-toeschouwers
ploffen uit hunne turkooizen
velours de voorspelde catastrofe in:

 

– als je omkijkt, is ze dood;
- als je omkijkt, ís de dood;
- als je wegkijkt, kijk je om;
- niet wegkijken.

 



3.

Wie zullen we, zo
denkt ons de leider,
wie zullen we
knevelen, de nekvellen
toenijpen, de mond snoeren,
het lijf bedoemsmeren
opdat het onze bij ons blijft
& wij van het onze de zijnden?

De restjes der lichamen bezijden
de ingezetenen buiten te
houden, uitwijzen, verdonkermanen
desnoods, de som dient met
de opdienwijze te stroken.
In het bovendek wordt een opening
voorzien van 80 cm bij
80 cm voor het controleluik.

Laat ons aanvangen met het
inperken der geschiedenissen,
de getalen 6000 plus als des duivels
in de vergeetputten colloceren of
alleszins onze kudden daarover
mekkerend om liefde & weeïgheden
in het ongewisse laten opdat
de schepnetten der commersie
hen efficienter kan prooivissen.

We kunnen ondertussen wat
billenkletsen op de homobieltjes,
& de andere minderheidsvuurtjes
aanwakkeren met banvloeken.


4.

(het refrein, daar dat immers
aan de enkelvoudige catastrofe
voorafgaat:)

Het licht draait & valt op de
kandelaar. De kandelaar draait
in het licht. Het licht draait
de kandelaar. De kandelaar
draagt het licht (uit).

Hij, daarentegen
kan de geschillen enkel
sub specie durationis
als uien afschillen
De tijd aldus droogt
het afbeelden van het
uitdrogende verloop
van de uitdrogende
tijd dermate uit dat
de afbeelding fragiel
wordt, de status van
het tijdsbegrip precair,
& het hele zootje
tenslotte diafaan
op instorten staat.

We verzamelen tenslotte:

  • Het tellen dat enkel des mensen is
  • het kijken dat des mensen is
  • het hebreeuws op latijnschen
    leest geschoeid
  • rijk geworden door zout
    & haring
  • een flard zwart
    scheurde door het blauw
    toen ze de bus opstapte,
    nu ze de bus opstapt.
  • dit alles dat te denken geeft. Het licht viel

pardoes op de
kandelaar (echt).

 

[Een onduidelijke
differentie tussen
oneindig en onbeperkt.]

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

het late

De Regelwet / The Law of Rules:

  1. er zijn geen regels enkel norules
  2. u dient zich daar strikt aan te houden
  3. there are no rules, only geenregels
  4. u better stick to that very strictly

Het late
(dit is de titel maar niemand gelooft dat natuurlijk)

te laat is het laat het
veel te late te laat te
nemen of te laten was
het maar nu is het nu

& nu is het
nu is het ja
nu is het tijd

lat latex we let wet us
laten we ja laat ons
het laten aanvangen
van de pret, het feest
moeten we inzetten, het
glas moet de hoogte in we
heffen we klinken we trompetteren

tetterdetetterdettetterdet troelala toet

  • de stoelen op een kluitje aan de kant
  • het rokje wat korter afscheuren
  • de spieren in de olie
  • de tanden gegoudflost
  • het briljantzweet alvast inspuiten
  • de korrels herinnering pletten en snuiven
  • het gemoed opblinken
  • de microfoons scherpen
  • de hemdsboorden aan de elektroden opknopen
  • de versterkers testen de soft runnen
  • de hard wetten de vingers en lippen natten
  • de benen in afwachting
  • in aaafwaachting strekken

dit is

No match for domain “THIS-IS-YOU.COM”. TSU
No match for domain “UBJECT.COM”.

big elephants can always understand small elephants
richard of york gave battle in vain
every good boy deserves favour
a rat in the house may eat the ice cream
high to low; look out below. low to high; clear blue sky
how i like a drink, alcoholic of course, after the heavy
lectures involving quantum mechanics

dit is het blauw voor jou dot com
dit is de tsunaam voor uw paringsdrang
dit is het we no longer object dot org
dit is het come if you are bal

HET LELELE

het leven met staartaandrijving, doods-
driftkikkererwtenprinsesjesbevlekkers onder
elkaar als we zijn, de dood als de muis
of de muis als de dood voor onze schermen


HET LELELE LA

we kappen het af per 0.49 msecs, als er iets
flikkert dan wìllen we verdomme dat het flikkert
we hebben die dingen onder de knie ofwatdachtje

bv kijk voor een luttele 50 euro
zie bv het quasi gratis wiebelen
ontdek nu bv aan spotprijs de

engazomaarverder
engazomaardoor

de tijdsdissectie genaamd het hier
kunnen wij uitrafelen & het nu
in de meest fijnzinnige ditjes & datjes
verkavelen het moment
in haar bloot vel

versnijden tot het pure pret spettert & u

uw stem kan afkolven in de zwarte slokgaten
de lipribbels der flessehalzen, het nekreiken
van het eeuwelijke naar het betijdde, hoe mij

het mij ijselijk bij het mij telt tot het ik u zegt
& dan alles hard schudden met de dagpap als dunstof
kijk hoe hard wij
kijk hoe hard wij
kijk dan verdomme toch hoe hard wij het kunnen

dit is de
dit is gewoon de
bij wodan dit is de
DIT IS
max qua spagyrische volksverheffingskunstjes
o bobby o boy
zit bobby pootje
bobby braaf
bobby hap
in je staart

bobbybob
boy o boy

HET LELELE

zo komen we komen we niet
uiteindelijk wel bij de knelpunten
de mijdzones de kakzangen miljaar
nooit gedacht dat zoiets

zoiets over mij zou
zoiets door mij zou
ik zoiets ooit zou

mij ik nou
deed ik niet
doe ik niet
heb ik niet

nou nee niet dus

wat er nog te redden valt dan, ach schoonheid

mijn Muze nieuwe muze wees sprekend uw moedere

gij die met bakken de perslucht afvallig zijt,
gij die zo rijkelijk uw schaafkrullen
in het kolkende splijtsap te week legt
bij de in het vangveld trillende mandiertjes als chocovlokken verstrooit
gij die in de Leopoldse draaiingen van uw hitsig gefluister
de aard van mijn verlangen te kijk legt

gij die het wit van mijn diepste pit te grabbel gooit
gij die verheffende dit laffe volk tot wat zij zelven niet

als het hunne meer herkennen kunnen
zij snijden immers bij het minste onraad
al wat aan hen groeien kan als een kanker af
terwijl de beklijvende kanker in hun hoofden
hen het schone van kanker als finaal anker
inkankert

zodat zij na de korste stonde van innig knisperende sublimatie
weer hun lusteloze zielesknopjes tussen de vingertjes
uitknijpen kunnen & het safraan van hun ge-emmer het doffe grijze
van het hun opgediende knullige sop indwarrelt – o kleurende tijdsmeander!-
zingende hosanna hosanna
ik ben jong dus alles moet
mijn spleten in als manna

terwijl ik bij de verworpene, de vanonder de smerigste brug
verstotene het woeste wensen in uw houtgeur snuif

terwijl ik wel uw zilte armen likken kan
mijn vingers aan uw holten branden
& mijn ogen aan uw blinken doven
terwijl mijn mond & tong tot stalig ijs verhard
als ik de moleculen van uw adem raak
& ik langzaam tot het standbeeld verwordt

in het midden van deze murmelende straat
het standbeeld waarmee men mij paaien wil
het bronzen gekletter van de arduinse
onsterfelijkheid ik zal u de bijklank
van exegi ´s moeten uitleggen, het
er bij u inrammen want u snapt er blijkbaar nog altijd

geen snars van

lompe marmot
met kwijl gevulde lappenpop
scheel loensend rattevel
verpieterend
bij het rot in je kot
bij het botte beenderbreken
bij het zielloze vertoon
van je haren die dienen te wuiven
als je in de lege zalen luchtgitaar speelt

there’s a lady who knows
jaja datzalwel

de blik is het een het
geworden, stof
dwarrelt op in de verlaten
fabriekshallen waar naast u ook nog ’s de
cultuurmot
inzit

een poederig soort niet-vlinder
die zich in de kelen van de slachtoffers
bij de cokerestjes nestelt

of iets
breekt
toch t
ja

g
v
d

kijk nou ’s
het bloedt
nog een

beetje.

general eisenhower’s oldest girl rode a pony home yesterday
rhythm helps your two hips move
not every cat eats sardines (some are really yummy)
a rude girl undresses; my eyes need taping!
only cats’ eyes are narrow
ocean: ocean can evade all names

20236 trash
16773 trash can

Can & Able were the sons

dit is this is

dit is this is

dit is this is d
e distel CDCD
CDCDCDC DV
Dit IS

billy stop mè lillen
(nana na nana)
ik heb de vuilbekbak zien bokken in de nok

HET LATE
aka

“(first one in a triptyc of recycl)”

de literaire afvalberg ópklimmen
de literaire afvalberg àfglijden
(in uw blootje) (in de slaolie gezet)
(ja jan ‘t is al goed jong ge moogt)
untsoweiter tot de ll finaal afhaakt

“here you just trash your stuff, and you can help recycle
before the stuff is picked up and turned into art. because
once it’s art it’s hard to get rid of.”



( een nederlandse bouwval geruisloos over het pijnlijk bewuste
zijn heengemijmerd, voor en door bjorn m. uit nowei & lanny q. uit o
reigun & dava uit k-l die zich onderwijl ook zinledig blijken te houden met
anderssoortig gewauwel van betere planken, vergeef het hen
zij weten)
(niet) (beter) zo dan, zie je, aaitooldjoeso

Kom kinders laat ons zingen kom
kinders het ritme aub dit is nl
voor velen het dit dat het is komt dus
kinders dit is de laatste keer

pom pom
pom pom po pom po pom
po pom po pom (tra la la la la la)
po pom po pompopo
po pom po pompo
pom pom po pom

al het draaiende

pom pom
steek met de stok & draai
het lijfje om (het bloedt nog een beetje)
het blauw is vergelding
de wraak is lila
paars pist de haat

is het draaiende

pom pom
blaas in de mondholte
tot de tong trilt (het gele ventje gilt)
het zwaard is genade
de kogel doodt
de dode loop

al draaiende

pom pom
dit lied nu verhaalt ons
hoe de zang stokt (de pijpen pommen toe)
de stem op haar einde
het vocht schiet ons ach
in de ogen

als draaiende al

pom pom
pom pom po pom po pom
po pom po pom (tra la la la la la)
po pom po pompopo
po pom po pompo
pom pom po pom

lang voorbij

the tight rope

is a trip wire

“hurry miss tuffet”

thus spake

zurau thusel tra-la”

op dit late uur bij de gemompelde
mots d’heures gousses, rames

het maanlicht kabbelend in de sternbergersee
mevrouw de moeder-koningin knabbelend
op haar kafkaescargots de butler minzaam
haar toelachend in de volle wijsheid

het kaalhoofdig besef
van de onstuitbare recursiviteit
van de pakbaarheidsrelaties

toren pakt
koningin pakt
loper pakt pion
pakt paard

pakt alles.

sandbooks.com
imgs and vids
27467 files
Array
(
[jpg] => 20950
[png] => 5679
[gif] => 588
[mov] => 225
[mpg] => 23
[avi] => 3
[wmv] => 3
)

O Grote GoegelOOG
teken mij aub ter illustratie
een Amfipathische α-helixdimeer
met leucine-zipper als
structuurmotief in
DNA-bindingsproteïnen:

(nu nog noppes, enkel de h cpu’s van wikiP vinden iets dat erop lijkt)

thank you

(desalniettemin, we twijfelen er niet aan,
een jaartje nog, zeker)

maar ziet u
ik wil niet moeilijk doen
maar bv

“in feite beheersen herkenningssequenties het operationeel maken
van een genetisch informatiesysteem, aangezien ze informatie
doorsturen naar DNA-bindingsproteïnen om deze te richten
naar diverse posities of plaatsen binnen het genetisch
informatiesysteem van waaruit een replicatie-, transcriptie-
of recombinatieproces kan worden doorgevoerd”

& ook als ik gewoon wat
pummelig met mijn vrouw sta
te ruziën weet ik ook al wel
dat je geen systeem kan gebruiken

om een ander systeem aan een derde
te verklaren want tegen de tijd dat je
daarmee klaar bent heb je er al een
vierde bij dat je eerst dient te verklaren

wil je vrouw het nog kunnen,
laat staan willen begrijpen.

De natuur dus, o krinkelende
winkelende wateroog,
waarvan u noch sluitstuk
noch vastomlijnd toch
integraal deel
van uitmaakt,

is terdege bestaartslot:

op het einde, élk einde
zit de knip er
muurvast – 100% aleph to aleph
failsafehumanproof -
op:

als je de verklaring der verklaringen
aka de oplossing der oplossingen
wil printen op een veldje 2d
zal je hoedanook het universum
een paar keer door die ramkraak
dat bemegawatte
siliconenstort van je moeten
halen & dit nog wel
terwijl iedereen er
zich pijnlijk van bewust is dat :
  1. the sprrt of sprite is beating the fun of fanta by a mile or two
  2. de naft bijna op is
  3. niemand echt staat te springen
  4. untsoweiter

GEEN PRENTJES

noi mages

PR#ENTYES ARE

4 LOSERS

  1. 1 (loser)
  2. 2
  3. 3
  4. you see

if the bible is right, why don’t you stop preaching it?
i mean, don’t mess with something that’s working
because, why fix your own car if your neighbour’s is broken?
just refer to the manual, leave your car alone man

1.
9………….
81………………………………….

9^3 = 9*9*9
700 000 = x^9
1 3
2 3*9
3 3*81
4 3*729
5 3*6561
= 22 000
6 3*60 000
= 200 000
7 3*530 000
= 1 800 000

WETWARE
NEW WETWARE
AVAILABLE NOW (JUST FOLLOW THE
WETWETWET STREAM)

ni zagen ma k
open alle dagen k
open ’s zondags oo
kopen méér k

open k op lopen
tot de zee hier
zit begot:

  • zwembedden
  • zonnedek latten
  • garageboten
  • dubbelglazige bokalen
  • siergolven (solair beschroefd)
  • internat (wet wet wet)
  • de nieuwe natwerkeconomie
  • taxiblub met rubberen tepelknijperkens
  • (overal VT4 zwemwijven tegenkomen!)
  • de oesters zwemmen u de mond in
  • pensioensparen ( met de generale Goudvissen)
  • Open Wereld Bevallinge
  • MoetsuBiche Emme (speedboaten)
  • AquaDuct Pro,
  • EnGulf Afzuigers
  • TyphoonBuilder 2.0,
  • wetWair
  • brievenSchelpen
  • koraaltegels
  • kamerbadden
  • toiletputten
  • droogzakken
  • viskokers
  • al onze producten zijn bluetooth
    en ultra-HHHHHHHd-MAXdMd
    ready
    ofwatdachtje
  • stom rund

untsoweiter

U kan ook de k
unstreddende k
unst kopen ipv

gratis te consumeren, dat
staat altijd beter Dolf
op uw bankuitreksels dus
stort nu 50 euro op

ja waar eigenlijk?

onder de wereld is er de wereld maar onder de onderwereld

zit je zo in
de onderwereld of is het door zoals je door onderbroeken

(nee bah niet weer dàt verhaal)


maar hoe lang nog

als dat zo de ronde

doet?

kwaai koei osque tandem
terwijl de ketting er al lang afklikt
en de coureurs op hun kloten

stilletjes de kasseien tellen
eu pilleke for you
e pillike for mie

1 for you
1 for me

Lukas is de discogod
hij smijt zich weg en
watervalt dis
co

nektiviteit

in Vlaanderen prikt & bruist het van de nektiviteit

ok then
logout
lo! gout!
the dunce, in the form of the X option meaning close
‘analytics’ what is that?
i found that meaning is a picture
an all-at-once thing
what is a picture?


something under the line here

a grey strange line, what is it?
the other side? of the page?
where you are now will be exactly the same as before
only the separator is added
let’s see where was i
on this or the other?
where is the question mark?
it’s at the end of the sentence!

people drunk of their writing
called poest
aved by esus
beta soup

time goes fast
soon it’s over
it’s only five minutes
if something takes time it’s like it’s over
picture yourself at the over
that’s a ‘picture’
a -graphy
graphy

a table

with no rows in it?

(code me) an emphasis
without the need to
emphasise what
is not part of it.

(catch me) an interface
something graphical
the thing of some
being a line for ever

öder

do the codfish
decent thing to do
ooooooooooooo
ooo peration waterski:

start with a pentagon scribbled
in the sand, some wings of hijacked
planes still sticking out where hijena’s gather
at night to mourn the lack of death

transpose by ecstratical polation
the gnomon to a watery field
the liquid swerve of longing
for a (w)hole in the surface

click clack
openmouthed a jetlag
behind the speedboat eyes

in
TURMOIL, ufcurze
this is a present day
application hombre
use cnn if u sneeze 2

sight turned off hitting the
plain foaming smalltalk spraying
away from where the vortex
opens to give us our daily
splash or either indeed is,-

hubble de dumblety scopi

full stop perhaps we had

better

damn,-

we better kept perhaps we
should have continued to
nag booze hit it off with the few
that were left back then than
at least we needn’t have

all of this and so much more
a grey pack of lines crossing
the border, the odours of her

the crap of her

boneless shoulders curling
into armpits while the tongue
sits tight desire sticking out

like a mad dog’s penis
from under its fleece

ready to click
hurry nay hurray
agitate & use

the whole bunch

seperate esperances
dripping to the sea
of severance

a whole lotta
hopes came floating by
all in obedience
of the laws

snowflakes
cornflakes lots of
fields of lakes

all of them

applicable to hopes
floating by the windows
before they pass

away / beneath

the plain plane
the humming plane
a Dakota for all i know

foaming with
smalltalk where
the vortex faces
the emptiness
of your face hitting it.

water into the sea into
the water into
the sea in
to the
water
in
to
t

h

e

meanwhile the blackhared
nurse/stewardess desperately
wanting to get
rid of the hares,
spills you some plastic bags
in your lap taping your mouth
no we can’t land
now u
more
on in stead give us

URPINPLEASE (el mejoramiento de
la seguridad para los clientes del banco):

****

A google beta app is always
Full of pages signifying nothing.

Never mind, let’s play.
Let’s pretend it is not the late author
pretending there is time left to play at this
whatever we are playing.

let’s pretend we are different, we make
a difference, we are a difference makin a difference
we bla the bla while blabla is blablaing the blabla.

Let’s play until dark. Yes that too.
Let’s play until it gets dark, let’s play
that it gets dark. Spelen dat het donker wordt.

It used to be rather commonplace until
some deemed it necessary to turn it into a horror movie.

It used to be known as a matter of fact.

We get what we want. Not just sometimes.
We always get what we want.

We don’t get what we want because we deserve it.
We do not earn what we get. We just get what we want.

Searching equals building. There is only one search&build process.
It is completely reversible.

Irreverent searches
careful, I’m trying to upload some pics
How come a picture is instant and big, while a text is sequential and small?
A text is also small pictures
Is then a picture a text in some sense?
Do we understand in pictures?
Once there was a dog
Now you can see it
My notebook
http://www.google.com/notebook/public/03949089126897872383/BDQKXSwoQ6syUmPQh
the text is a cipher
the image
394 is dv
49 7 is me
12 6 is me
978 is noemata
72 is not frog?
BDQKXS is the name of the book
syUmPQh is the sum of simulation
SwoQ6 is when you edit together invisible
the queue stands out
FISH queue – First In, Still Here
Save the fish Iqtus Inri

But who will save the swordfish
diving deep into the hot oil

in search of darling little french fries

in need of a valiant saviour?

What does one do indeed
with a sword in hot oil?

It is writ in the Olly script

that the English will always
be worse off, just for being so darn
islandic about everything.

Furthermore, you can always tell
a text was written by a bloody

foreigner by the frequent use
of the word furthermore.

If the Olly script
was written in pictures methinks it

would need a whole lotta more

megabites et le Grand Goog
serait obligé

de planter beaucoup plus
de storage fields

à Omar Kalief’s Hornia.

Perhaps that’s a good idea for WWWIII.

Do we understand the dark matter

in cigars? Was she right about wilbur’s

chora going out the window? Who

will we turn to when this Jules Verne guy of France
has finished messing with our heads? Do

we still die when she does the poissons-
nous thing, or

have all the fish inadvertently
left the building? I think

its too late again. Te laat is

te laat. De Winnitou-regel

is altijd en overal van

dashkracht. Het witte

einde tussen de tijdsregels

der dichtende vijftigers, het voor de vuist

wegristelen der taalschobbejakken,

de mediahijgers in opdracht der stelselmatige

belastingparadijsbetalers. Ontvlucht mij

want ik ben het waard. Het waard

zet u buiten, in de mist mis ik nog

het missbaksel dat u was, maar

mijn thuis is al lang waar mijn gat

van ontzetting en ringkrampen
te druipen en te dampen staat.

U draait mij al lezende teveel

te erg te binnenste buiten.

Pijn is wat u wakker maakt.

One for you one for me.

I shall divide the division
amongst you equally. Love

will tear your apartment, hate

will schred your furniture, pure

thought will split your leftover

livery tingies. Speech will cover

your ceilings with a thousand

bleeding lips once again.

Hard Rock Stars Upon Avon.

onderschikt in:Gedichten

dat Vuur daalt neer

dat vuur daalt neer

dat vuur daalt neer ten onzent nu,
in zijn soort het waardigste, zo visoogt

het gifmengende letterheksje, een lieftallig
tolrokje wier gele tandjes krols
op heur lokken staan te bijten, het
indringen der woordkrullen
volop verwachtende & hups
de toekomstige volzinnen
alreeds met inspanning beturende, -

aanziet
o gij dwaalster in het immense vacuum
toch eerder daarin het rijzen
van de tijd zelve, het deegwaren

aanzeggen dat ze op de hoogte dienen
te blijven, het bakvormrandjesreikende
van het smeuig geurende eibloemsel
met de smeltboter in de stoofoogjes

het kan ik u echt niet verder helpen
van de stervende dienstdoener

het blinken niet mijn spaken
heur tanden glitterig gelijk
van het okeren fietsframe,
opflitsend in het niets

(terwijl de befaamde blondjes der
hotte kasseihitters nauwelijks het flossen
staken, slaat de bloedende
kern der harde wielerfanaten
alweer een nieuwe lente in)

(Zoef zoefzoef zoef zoefzoefzoef.
Ze zijn met zeven.)

Het oef een punt.

Het geen geluid vandaag

het want

het lijf is op maar dat
hadden we al we wensen
niet want wat is dat
daar zo nat wat is toch

dat vuur daalt neer
ten onzent nu


dv, 14 -15/03/2007

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

101eigentijdse_schijf1

dirk vekemans

101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze

R.I.P. 2005-2007 etc

101 eroretorieën in diverse installments – schijf 1

INHOUD

Voorwoord: de dichter tot de lezer, terzijde

  1. Afwezig
  2. Ascetisch
  3. Behoudsgezind
  4. Dissipatief
  5. Egyptisch
  6. Horatiaans
  7. Italiaans
  8. Kathaars
  9. Laconiek
  10. Maritiem
  11. Momenteel
  12. Ochtendlijk
  13. Peristaltisch
  14. Pribamiaans
  15. Religieus
  16. Therapeutisch
  17. Zakelijk


Voorwoord: de dichter tot de lezer, terzijde


Kak (hou het dan
effie simpel op 1 lijn
met x is U en y is zij en ergens ik
als binnenlijns product daarbij)
:
het oogpunt is bv. de water-

draagzak, in dit land
een niemandswoord, het cijfer duidt
dan vermoedelijk op kilowatt of
wat er naast het prille ochtenduur
op de frigodeur is
gepasted, een
vraag identiek aan iets als
‘is dat de mist
die zittend in of op de koplamp
herfstig doet?’ (iets is schaduw

Alleszins zoals die lichtschijn
daar blauwt bij het spinneweb zo
slaafs met uitgelijnde druppels
het beeld invallend, ik denk het is uw
uitgetelde condensatiedrang, de dorst
Onstuitbaar naar lippen maar Berekenbaar, het
meerarmig veelvuldig al dan niet gefingeerd
gehunker met daarop de dubbel-
zijdige uitzonderingsregel, het

Straatgevecht ontwapenend als dusdanig, de
kaalslag qua kaalslag streng veroordelend, het
Falen in faling ter latere lering
op zichzelf betrokken, ach & of
het echt is dan wel fictie doet
er helemaal niet toe want

wat hebben we so far? De

  1. registratie van de set verwekt het zijn van de set,

  2. herhaling is sowieso uitgesloten, niet

  3. uw grootte telt maar hoe zij

  4. zich tot u verhoudt & wat

  5. in u niet korter is vervat dat

  6. lengt niet meer dan secundair

  7. bij haar aan waar u sowieso naast kijkt,

anders was het in beiden
ter beider wezen net
lang genoeg: als u vet
ziet, ziet u,
dan hebt

u haar niet.

).





AFWEZIG

Ik hou niet van je, ruik
je haren, voel je huid
de hele dag, dus hou
vannacht je benen stil,
je mondje dicht, terwijl
ik graaf & schraap & ril.

Ik ben nog nooit zo niet
verliefd geweest als nu
op jou, maar nu je naam
nog zwart geblokt mijn kop
naar jou vertekend heeft,
nu duizel ik & fluister :

ontreddering wil ik,
afwezigheid in jou.




ASCETISCH

Opdat je hand mij raken zou, je huid
mijn naakte vlees omkleden, je lip mij
knellen & ik verzwolgen alsnog word gelaafd.

Opdat je tong mijn grimas laken zou, mijn woord
miskennende de maden likken, vleestentakel
die krekels in mij krakende genoegzaam slikt.

Opdat je arm mij wurgen zou, plots
je vingers spiezen uitslaan, been
dat nagels in mijn zweren perst.

Opdat je lijf mij bloedheet branden zou,
je kus mijn roet verstrooien, dood die nu
al knaagt & lokkende al mijn stof doortast.

BEHOUDSGEZIND


wij, onze lijven met andere lijven
bezig zijnde die onder ons gezegd
de lijven van de anderen zijn die
er het zwijgen toedoen, met geen arm dus

buik of vingernagel de rottende code
van ons lieflijk kabbelende gewauwel
uitraken maar ons wel met de schuld
van hun falen doen betalen voor wat? ach
wel ja o dat,-

wij, die de tong roeren in monden
ons vreemder dan de Slokkende Grot
der Cyclopen of de Stille Kamers van Uw
Smeulende Hart

wij, die onze vingers & armen & benen
aandrijven als een maniëristisch op zilveren
plaatjes minutieus geëtst hyperpluriform gespan
van stroboscopisch in het duister gespieste
lichtaders & waarin wij ons de dagelijkse
stroop bloeden, ons de wanhoop als bloemig verkoolde
inktviskringen inwrijven & alom druipende van vet
nog zó de koele trance des doods bespartelen,
dat het alle muren bespet-
tert, prrt,
prrt… & jazeker

wij, die als voor de wals
in de staalwalserij onze hoofden U schotelen 123
123 dosolmi

wij die ons u – gij
wentelend stalen serpent -
offeren in de hoop uw alles
verhakkelende draaiingen
te kunnen ontsnappen zoals kip
eens ze pastei is geen kip meer hoeft te zijn
& het kakelen eindelijk kan staken

wij vrezen niet, geen, noppes.
het dichten hebben
wij niet nodig.

sorry hè.


DISSIPATIEF

Constant is reeds
het aanbod van beweging
(het ogenblik nabij
waarop de vraag verstomt)

Kelk
die ik gebaar zich om te keren:
een bodem schilfers dwarrelt neer, de
droge resten gaan in de regenvlaag tekeer. Zie
Magerman, die op de winterhuid van straten
sluipend rot bij ‘t grauw verderf noteert.

Vocht
dat in vertwijfeling haast
zich opwaarts door de kieren
dwingt. Verlangen heet de angst
het uitstel te beleven waarop je vel
niet langer voelbaar rijmt op hel.

Valk
die op met vrucht beladen akkers
het ritselen van voedsel ziet & verder
niets dan vallen doet: eenvoud lijkt de wet
waarnaar je hand zich richt, je toont
wat mij & jij & haar tot niets verdicht.

Bloed
is als de regen komt: het breekt
de stilstand in de zang van krekels. Hoor
de botte plof van lucht op lucht & het wijzen
van de golven schokkend in haar lijf
naar het eendere einde dat al lang het uwe was.

Constant is steeds
het aanbod van beweging
(het ogenblik nabij
waarop de vraag verstomt).


(1999-) 4/03/2007


EGYPTISCH



In tegenspraak, uw zinnen tergende,
soit disant als plaag
in duizendvouden dit moment :
hoe langzaam ik je
open, hoe uitgesplinterd in
mijn oor het kirren
van je oudste lach weerklinkt.


Ik, de schender van je opgeruimde
staat, force majeure, riet
dat splijtend naar je diepte dingt :
in vreemde luchten
mond ik uit, stof strandt op mijn tong
van onbesproken
kamers, tomben blauw in jou.


Jij, op barricaden spinnende,
aardse liaison,
omkaderd vlees dat lacht om mij :
langs brede lanen
redt je oog het moeiteloos, deint
je onbewogen
hoofd in wervelingen mee.


Zij, haar museale schoonheid is
vanzelfsprekend nu
in stilstand bevende nabij :
schril tableau vivant,
van hoe je uitverkoren door
haar zee mag komen,
hoe mijn leger sterft in jou.




HORATIAANS



Zie je, Schätze, mensen
in dit park van menselijke zaken,
vrome mensen, stemmig & wellicht
eensluidend met het stoffige
van deze zomernacht
hun wulpse conversatie?


Hoor je ritselingen
in dit gras & klavecimbelerig
het knetterende zingen van vuur
dat zich in duizenden vleugels
vliezig vel op vel
tastbaar bewogen verteert?


Voel je strak mijn handen
rond je lijf geklemd, vingers wriemelen
rond eindjes been & ogen priemen
in het weeïge wijken
van je hals, het zilte
parelen van zweet op jou?


Ruik je fijntjes, Liebchen,
giftig geurend gas in deze zak van angst,
wasems in de bloei van barbecues,
leven dat zichzelf verast,
opgewonden water
dat mijn mond, mijn maag uitbraakt?


Likt je tong het poeder
dat ik in de schuren op mijn akkers meng,
nippen je besmeurde lippen wijn
die in mijn aderen kolkt
& eet je mee van mij,
vlees dat in je stad verzengt?



ITALIAANS

Unheimliche, van wrok verkrampte teef,
misnoegde enkelinge, van elke zin
onterfde, hoogbejaarde slet, jij,
die van je knekelhuis de grond
verspeelde & mekkert nu, je lot bejammert,


jij, die nu je veer is afgewonden
naar je doden lonkt met open mond
& pruilt omdat je bij de gratie
leven moet van opgeklopt verbeeld
verlangen, vlees dat rot je lijf bespot :


komt nader, schatje, kom & dans
voor mij, mijn byzantijntje,
draai je oude botten lustig
in een farandole, con zelo,
toe maar : languente, dolce,
mesto, patetico, piu mosso,
irato, tempestoso, slentando,
poco a poco meno sentito,
secco, senz’ espressione, morte
.



KATHAARS

Ik zocht de bloem die in jouw
cirkel brandde (haar naam
is uit elk boek geschrapt).
Een tempel had je niet ;
je bleef soms even in profiel
op natbestoomde ramen staan.

Je bent allicht sinds lang
in walm & kreten opgegaan
& wat een kerksteen ademt
van de treurnis om je dood,
heeft niets van het afgrijzen
dat in steden flinterfijne groeven zoekt,
de kleinste plaats om niet zo hoorbaar
menselijk te hoeven zijn.

Liefde is het niet & waarheid evenmin,
maar als jouw blik, mijn liefste
dartel erzatz-ding, zo godverlaten geil
van opgehoopt verlangen op mijn leegte
stuit & ik barbaars gemeen alweer
haar wezen diep in jou bemin,
dan weet ik dat ik snikkend sterven zal

& onvoldaan door het gebrek aan geweld,
de tederheid, waardoor je nu zo stilletjes
& rillend aan het gillen slaat.




LACONIEK




Leef je dagje, zweveteefje,
want ik kleef je lieve lijfje aan
als aarde ’s nachts aan lucht.


Drink je wijntje, fuivetrijntje
want ik zwelg je klanken tot het barst
& knarst van stille pijn.


Lik je ijsje, snoepedoosje,
want ik kauw je zinnen tot het bloedt
uit bleke blaadjes roos.


Lach je lachje, linkepinkje,
want ik maak je sprookjes groot & hol
vol droeve gorgeling.


Moraal :

Strijk je kopje, zwavelstokje,
want ik ben vuur waar jij niet bent,
& water waar je zwemt.


MOMENTEEL

Niet eens beweegt
je hand : het boek ligt als gegoten
sinds jaren open op dit blad.

Het linkerkinderwagenwieltje
waar een slag aan zat,
heeft zich voor twee maanden
in het voetpad aan je voet
plots stuikend klem gereden :

des moeders vloek klonk simultaan
met mijn geslaakte zucht, je schouderblad
stak uit haar blouse heel precies & puntig
alle lentestralen uit & brak
in de wolken boven mij
een regen aan van weken.

Dag na dag & uur na uur
zag ik in je blik
seconden afgemeten staan

die het moment
millenia verdaagden
waarop ik je het woord kon vragen.

Niet eens je hand bewoog.







OCHTENDLIJK

Verheerlijking, onaangeroerd. Niets
bewegen tot een laag straaltje zon
je stem openbreekt, glasvlezig roos
je tere zucht uit nachtblauw stulpt.

Dat ik je aanleun dan, eet
van je adem, zout van je hals
lik & wellicht de dag lang
met die klemvaste dreun van me

jij roep, je naam? Dat ik je neem
tot je trilt als een riet in de wind,
tot je zweeft op dit bed van beton,
tot je breekt in de ijskoude nacht

van mijn land? Dat alles vergaat?
Niets dan je waarheid bestaat.




MARITIEM

Omdat je toen toch zo doordacht
het kleine meisje speelde
& elkeen die naar je lachtte
vol ontzetting na één nacht
nooit meer uit zijn woorden kwam;

omdat de giechel mij beviel
waarmee je om het leven gruwde
& elke waarheid die ik sprak
je even kostbaar was als het ivoor
dat in je mond vergeelde;


omdat er verte in je ogen stond
& schoonheid zich die tijd
met jou had aangekleed :


kom & berg nu blozend maar
je sterren in hun kastje
gooi onachtzaam al je linnen
aan de haak, pulk dat strakke koordje
van je haardot los, snoer je leegte

rond het mastje dat ik maak.



PERISTALTISCH

Blaas mij het rag, Vernuftige, & de nevel
draai de stof van je listen bol in mij, om
& om je vinger die zich in mij vormt &
dans mij, als ik snak & grimmig naar je hak,
je fraaiste zijden weetjes voor, lucht je
hartje & je jurk van glim gedroomde draden
op & op tot op je buikhuid halogene spotjes
schijnen, verdwijnen, schijnen
bij het aardse briesje dat ik tollend
in je zwarte plooien warmer maak:

drijf je hand dan diep in mij,
schep & schrijf mij
brandend uit : zo kis ik al
op steen & roest ik het
in vlek & vloeken uit.



PRIBRAMIAANS


‘He [=Karl Pribram] believes that conscious experience
is the act of correlation itself and that correlation occurs
in the dendritic structures by the summation of the polarisations
(and depolarisations) through the processes in the dendritic networks’


Jeff Prideaux (WCU) in “Comparison between Karl Pribram’s “Holographic Brain Theory”
and more Conventional Models of Neuronal Computation”,
XXXXX, Compiled and edited by XXXXX,
XXXXX 2006, ISBN 0-9550664-4-1, p82


Beeld je in dat de woorden

dit deden dit bibberen

dit bloeden dit

Hier zijn en het dan

pardoes begeven.


Uw restbestand, o gij uitgaande u,

o gij schokkend okeren tot ‘t donker

stille inkerende sterfding, o gij ademloze

zweetlap die in de glijwateren als een aal

in alg-groene poelen gedijt & smetteloos toch

uw schrilste klinkers kirrende berent,


o gij die instort meteen & als een

alles van uw leven extatisch

is, in alles aleph is, zo

ik het sluiken van uw haren, die

vinger daar de druppel net nog

maar de vergetelheid al uitschuif, op

het valluik uit de kuil in de muil

van het rasterende mormel

te kijk leg, zich laat te zien

zijn – uw worden, zeg maar,


Uw restbestand dus zakt

weldra resoluut onder de

kritische grens waarna, zo

vrees ik, de holonomische

restitutie wellicht geheel

onmogelijk wordt. We zouden


zullen we

met andere woorden

hier maar ’s moeten


praten?





RELIGIEUS

Er is geen tijd
& niets staat ons te wachten.

Er is geen bed
waarop mijn nacht geschreven staat,
maar dagelijks
is je schoonheid krijtend
op mijn zwartgeblakerd land
een toverzang :

geborgen klank van zilversnaren,
handen, dansend,
die mijn talen breken,
klakkeloos van liefde spreken,
alsof geen wervelstorm
ons in die oogwenk ooit
nog raken kon.

Er is geen tijd
& niets staat mij te wachten.




THERAPEUTISCH

Slaap mooi, slaap nu, slaap niet.
Verhef je fijnst besnaarde gil
tot in je spiegel krolse poezen
elke stilstand woest verdoezelen.

Breek dan, in je dag die sterft,
mijn boerse woorden aan,
ontdubbel mij tot ik
die aan je voeten geuren lik


van hoe je heilig bijna
bij mij lag, niet bij mij ligt,
tot mij verworden zal. Omarm
mijn schaduw in je diepste nacht,


lees mij tot ik dronken dans
& schenk je glas dat zingt
nog éénmaal vol van mij & drink
& droom, droom niet, droom zacht.



ZAKELIJK

Wonderbaarlijk noem je
hoe haar stem mij vangt
& ik van jou versleept
op harde grond bevlogen
kronkels maak.


Betoverend vind je
elk gebaar dat ik
van haar op jou verhaal
& hoe haar lijf in elke
streling past.


Zaligmakend heet het
als ik in je krul,
je tongen vurig lik
& al gods heerlijkheden
uit je dwing.


Vergis je niet in haar,
mijn lieveling : je
kreeg van haar die zwoele
stem, dat golvend haar, mijn
zilverling.

onderschikt in:101 EAvdM, Gedichten

Behoudsgezind.doc

Behoudsgezind

 

wij, onze lijven met andere lijven
bezig zijnde die onder ons gezegd
de lijven van de anderen zijn die
er het zwijgen toedoen, met geen arm dus

buik of vingernagel de rottende code
van ons lieflijk kabbelende gewauwel
uitraken maar ons wel met de schuld
van hun falen doen betalen voor wat? ach
wel ja o dat,-

wij, die de tong roeren in monden
ons vreemder dan de Slokkende Grot
der Cyclopen of de Stille Kamers van Uw
Smeulende Hart

wij, die onze vingers & armen & benen
aandrijven als een maniëristisch op zilveren
plaatjes minutieus geëtst hyperpluriform gespan
van stroboscopisch in het duister gespieste
lichtaders & waarin wij ons de dagelijkse
stroop bloeden, ons de wanhoop als bloemig verkoolde
inktviskringen inwrijven & alom druipende van vet
nog zó de koele trance des doods bespartelen,
dat het alle muren bespet-
tert, prrt,
prrt… & jazeker

wij, die als voor de wals
in de staalwalserij onze hoofden U schotelen 123
123 dosolmi

wij die ons u – gij
wentelend stalen serpent -
offeren in de hoop uw alles
verhakkelende draaiingen

te kunnen ontsnappen zoals kip
eens ze pastei is geen kip meer hoeft te zijn
& het kakelen eindelijk kan staken

wij vrezen niet, geen, noppes.
het dichten hebben
wij niet nodig.

sorry hè.

dv,
01/02/06 22:35 – 19/03/2006 22:12
7/03/07 9:03

uit 101 eigentijdse aanroepingen van de muze

 

onderschikt in:101 EAvdM, Gedichten

wij kunnen niet kunnen wij

wij kunnen niet kunnen wij
wij kunnen niet ademen de lucht
zit onder het water het water

zit in de soep het water
stroomt op de stoep het water
zit op de koekjes de koekjes

zijn wak van het water wij zuigen
wij zuigen ons vol wij zuigen wij
worden gezogen wij dat is alles

onderschikt in:Gedichten

without saying /vanzelfsprekend


3 BIFOCALEN

fan firk
fakemans fuit
famsterdam


“vertalen is werken in dienstverband maar het blijft bloeden”

( de auteur, al iets minder pissed op Claes, maar nog
steeds met twijfels rond boekverbranding als een werkbare hypothese)

1. it goes / en zo

without saying /vanzelfsprekend
de weg baant/ the road goes

wegbanen baanwegen / the roadmap
zieltogen toogzielen / the bartender

zelfportpoortretuzelf maar nee hoor,
dat willen ze niet zoiets zien ze niet zitten

zeze ze zee zeze ze zum
zeze ze zee zum
zeze ze zee ze zee zum
zee zee zum

ze zum

ze

2. which iz / welk ze

de golvende korenvlokkenveldenmeren / the waving cornflakes
staan al jaren droog / barren for years

& jaren / & years
weerom / & again

geen melk vandaag / no milk today

welke ze ik zou ze kunnen / which iz i could switch his y
dat men die men schrappen zou die demente

arcaaaaaaa schwroupska
arcaaaaaaa bwaaark roch elle
arcaaaaaaa umumsmu droeckjkxjskaiïiiiis

zumzum zu zoe zumzum zee
zumzumzum zum
zoe zumzum zee

zumzum zoe zumzum
zoezoe zum zoezoe

zee nee?

3. rooien / redden

ik zal het hen verduiveld nog moeten palindrommen /
i will goddamn end up needing to ram it into their memories
als 1 of ander al-chemisch ding / as something all chemistry

het rood is toonbaar rood / red is a red being
als je haar rood denkt / only when you’re into reds
of iets aan te tonen hebt / or into beings of red

een hoek moet je maken / you need to round a corner
vooraleer je hem hebben kan / before it counts
en dan nog / and even then

zij? niet / you won’t ever get near her
in een miljoen jaren / not in a million years

nana na nana
nana na naa

ze zee zum
zum zee zee

na
ze

zoem
zee

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

fragmenten_sec.doc

 

Fragmenten uit de Allerheiligste parabel van

 

Tante Sizzle en het Verzetshoofd

 

(dv, Hybridarum Opera #8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geschikt voor november 2006 en hoger.

 

 

 

 

De kraag omslaan
van de kamerjas was
een vraag van de huid

 

 

Herfst herfst de de het de de herfst herfst

sluimeren slenterde blad treurwilg angstvallig

 

herfst zijgen stil lost lispelt inzage herfst

 

herfst herfst in in op in in herfst herfst

 

herfst herfst het het het het het herfst
kamer venster scherm raam kader herfst ?

 

 

 

stel de vraag was
waarom het zo
vaag is binnen

 

het kader.

 

Fig.1: de tekstkiem van “Tante Sizzle en…”

 

 

Aanhef der Werken

 

Stammoeder, gij die Kathedralen baarde, alvoedende Venus etc.:
toen in de nacht van vrijdag op zaterdag e.k. de Here zag
dat het totale aantal doden op de weg dit weekend
het jaargemiddelde vér ten onder zou blijven, besloot Hij dat

de tijd rijp was

Voor aktie. Hij smeekte Zichzelf vergeving af, genade
maar best ook een stukje grootmachtigheid & wierp, daar
waar de mensen zuivere klaarheid & spits uit de witte leegte
de zwart uitstekende Spie der Geprononceerdheid

alsmede de

schier eindeloos uitbreidbare Vlakte der Eenduidigheid
verlangden, niet dàt maar Tante Sizzle ter aarde. In & om
haar ontstonden deze tekstuele uitwassen, die zich ondanks
verwoede Verzetspogingen van het

Spattende Hoofd

waarin zij spookten, een uitweg tot U wisten te banen
waarna zij op proto-virale wijze de door u zo moeilijk
t.n.v. de algehele chaos gewonnen gemoedsrust volledig
teniet doene & u weerom als door duizenden

conflicterende

emoties gevangen, in weerwil – zoals dat dan heet -
van uzelven, um zönst aan dit scherm kluistere.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Da anti-held, na een ontmoeting met
Johan, De Rode Ridder

 

Introductie van Tante Sizzle

 

 

 

 

 

 

In heur blik is geborgen
de moordende kracht
van ‘t sterven zelve.

 

 

 

 

 

 

 

 

het vers kabbelt rustig verder,
tot ene Hüsgen twijfel in de
rangen zaait.

Haar ogen, ongelukkige, zijn immers de trekijzeren
Poorten die in hun onderling verslingerde wentelgang
Hun duister dieper bereiden dan het zwartste agaat

Dat Lucilius in zijn geschriften spreekwoordelijk maakt

van het in het

Niets alreeds & toch nogmaals gedachte gebrek aan licht.
Het is een tweespant die Hawking goed wetende
waarom
niet vlug zal naderen, tenzij hij natuurlijk de hoop geheel
liet varen op verlossing in de wetenschap & zijn

curieus neuzelend

lijfje met enige spoed & in volstrekte zekerheid tot anti-materie
wil bedaren. U lacht misschien maar hoor ’s vriendschap
Haast iedere week zie ik enkele vermolmde soortgenoten
plotsklaps gesplitst van hun vaste vorm

in doffe stromen

van de opengebroken ramen van hun kroostrijke villa’s
roemloos naar die of soortgelijke gaten vloeien, zonder ooit
de twijfelachtige eer genoten te hebben hun namen bij de mijne
in het vrijelijk oplichtend gewemel der

toonaangevende

schermen te hebben kunnen moeizaam tegen andere verzen
laten opbotsen. Boeiend maar tragisch is hun lot want hoort:
In de stilte die zich voor een paar jaren achter heur ogen

Strekt, hoort u soms nog de gehakkelde echo’s

van hun weidse

verzen loeien als zovele hoornen van verloren schepen
in de mist of alsof er ons dra nog vuur op de Pentapolis
zal gesmeten worden of, ter derde optie, alsof wij
hoegenaamd nog iets te vrezen hebben van de walmende

woestenij waarin

hun goddeloze razernij ons de landen overdroeg, waarover
wij wel de verantwoording dienen op te hoesten, maar
waarvan wij niet de broncode, laatstaan de vruchten
kunnen dan wel mogen dragen. Maar laat ons niet langer

verwijlen in

de kwetterend georganiseerde trekkingen der opgeladen harten
ter verhoging van ‘t stroomloze stoten der inkten
(de nada,
Lucas), & de draad weder opvatten waar hij als gerokken zenuw
met soepresten nog, zo onnet, foei, dreigde een oogkas

ingezogen

te worden (ach de keutels der kraanvogels en dier, ziet
die ziekte is besmettelijk, ik moet mij effen abstineren.)

 

 

 

[fragment2]

 

Nog nooit was november zo machtig fris, maar
hoe zwart niet & van vloedgolven vergeven is
mijn bol kristal, hoe duister niet & bloed-beklonterd is
wat ik de toekomst in zie zweven. Net

nog, Oostakkers

bijna, in een fikse vaart voorbij het stort van Tienen, zag ik
een wolk vuilnis de half-beknepen buisschoorsteen der ovens
langsslierten. Een man liet loenzend vanonder zijn grijze fez
zijn hond de berm volschijten, maar geen

vogel wiekte

daar, buiten onze wielen die zich in het gekende treinverband
op de sporen dol draaiden, was het geheel stil buiten, daar.
Een menige nacht word ik aldus volumeloos door een
horde woestelingen nagezeten, enige wit-raastige

hekseteven

ook mengen zich daar meestal onder: het zijn de ikjes
denk ik, de anonieme zelfjes die ik bij waken de kant
opschoof of zelfgenoegzaam weigerde te zijn, zodat ik
nu weer net niet de trappen naar de uitgang der

dicht gedroomde

burcht zal halen. Spanje voert de anti-dopingwet
in, Big Brother voelt zich thuis in Groot-Brittanië. De
krant kliedert stuntelig een weids stilleven boven
een thumbnail van Pollock, iets dat veel te druk

oogt met enkele

verzopen paarden. Aandacht, aandacht: spoor-
wijziging. De trein op spoor 2 is niet de Intercity
naar Oostende maar het met slijmen bebaarde
zwarte muildier
Inertia Kock vervoerende de

lang verwachte

slanke neusvleugels van La Sizzle richting uw perceptie
ten einde met de helderheid van hun
Hergéèske Klare Lijn
uw blikken in hun meer schrikbarende glooiingen te lokken
uw monden aan hun holten te verrekken, u daar

waar de beaat

gebeierde bim-bam der duale ademhalingskanalen openstaat,
tot cirkelzang en recursieve lijnvolging te verleiden, U
te wiegen & met de verrukkelijkheid van heur philtrum u
het laatste aards besef te ontfutselen, u slaafs

& slap te wiegen

& vervolgens met een droge knak de strot kapot te bijten.
Binnen vijftig jaar zijn alle populaties vis in onze oceanen
ingestort, maar als ik jou zie in dat roze t-shirt dan denk ik
ABN-AMRO: met U erbij kan ik de hele wereld minstens

vierenveertig

jaren langer naar de donder helpen. De liefde is
geen weegbaar deel van waar Tante Sizzle Tante
is, het is een woord dat uit haar boek is uitgebrand
& met de asse heeft haar hand ooit een aardse

hel getekend

waarbij vergeleken geen woord meer is omdat de taal
het opgeeft taal te zijn in het aanschijn van dergelijke
gruwel. Het is wetenschappelijk bewezen, Activia met
bifidus bacillen hechten zich in kleinteutige

flesjes plastic

aan uw ontvankelijk & van elke zin ontdane lippen vast
totdat u een seconde of twee het genot mag proeven
uzelven gezond te wanen in een onbestaand lichaam
vanachteren voortgedreven door een onbestaande

wind, theatraal

van schoonheden voorzien die u zelf niet in huis
zou halen, mocht u de keus hebben, naderhand,
tussen een herhaling idem ditto van de ellende
genaamd dit, uw leven, enerzijds

of anderszijds

een tijdje de natuurlijke weerstand van een steen.
Natuurlijk, je kan niet alles bij voorbaat plannen, ik
zit hier ook maar wat te
stanzen bij alweer Kill Bill 2
op VT4, kom, laat ´s zien of ik de scènes

Acuna Boys

& where is Bill nog ken of Elle & I ,
want het is in dezen van kapitaal belang het reële
van de nonsens te kunnen scheiden, de identieke tijd
die immers niet dezelfde plaats beduidt, maar de plaats

gezien vanuit

een andere tijd, in een soortgelijke maat a.h.w., het identieke
los van ‘t kapitaal dictaat verwant aan Lucretius’
clinamen * vs.
wat Pound
Usurus noemde, de reductie van Alles tot het Telbare
der gebruikswaarde, het nemen van het Ene als ene sluit

namelijk niet

de potentie uit, vervat in (bv. hieronder) perceptuele swerve-incentieven,
schuinmarsjeerders in de lopende code, of, m.a.w.: waar
u slechts lijken ziet of van leven de afwezigheid, gebeurt het
misschien net, & dat waar u zo lillend mee loopt rond te zwaaien

eigenlijk het

afsterven is, de noodzakelijk neerwaartse declinatie
van het eens bevonkte. Het zal mij heden evenwel
net als u
L. Caseis Immunitas wezen, het vooralsnog
volslagen onvindbare bestanddeel van die fameuze

yoghurtfabriek,

want nader tot u brengt dit alles de neusvleugels niet.Soit.
Tante, toen zij jonger was, & in het Tante zijn nog onervaren
had zich menigmaal verwond aan spiegels toen zij daar
haar eigen beeltenis aanschouwde: de klaarte van haar

neusomlijning

stak dusdanig helder uit het glas dat het was alsof er daar
geen glas was maar neus, een orgaan, hoogst verleidelijk van aard
& pas toen zij met zelfeigen lust-bezwangerd’ adem de plaats
op het glas bewasemde kon zij de grens bepalen waar

er wereld was

& waar het glas. Er leek aldus een ideële las gelegd
tussen schijn en zijn, één kluwen rond haar reukorgaan
wier aanschijn bij derden zo dodelijk was dat niemand
het zien der aldus in klaarte omschreven lijnen

ervan langer

dan enkele tellen in leven kon laten. Bij haar zelf leidde
het bekijken ook al tot somtijds een kleine plas Tantebloed
onderaan een Tantevoet daar zij het liefkozen der eigen
lijnen pas goed bij het proeven van haar eigen

bloed kon laten.

Zo wrijft zich vaak ook een kleutervinger oude wonden open
die welhaast genezen waren, enkel uit nieuwsgierigheid
omdat de korst een warmer plaats lijkt te bedekken
die dichter lijkt bij ‘t wezen van dat lijf te staan dat ons

is aangedaan.

Jean Delville, wiens visioenen angstvallig in de diepste
kelders der bankgebouwen geborgen blijven, de grooten Delville
die met gemak een Rops een Knopf of zelfs een Margritte
in roem zou evenaren mocht niet zijn werk

zijn familie

ter wille het voorwerp zijn van vele betwistingen, daar
zij daarmede de hoog oplopende rekeningen der psychiatrische
inrichtingen dienen te derven, waar zovele Delvilles
na een blik in d’ogen der meester & met diens genen belast

geborgen zijn

deze Jean is naar het schijnt de enige die het Sizzle-zien
overleefde, hoewel het nadien met hem nooit meer goed
kwam, zelfs niet toen hij zich in Schotland ging
drukken
& aldaar aan de verzen van Burns, nl.

my heart’s not here

een geheel eigen wending gaf, want zo zijn hart niet
in zijn borstkas lag omsloten, zo lag het evenmin
in de
Highlands of waar dan ook want Sizzle had
hem in ruil voor dat ene ogenblik

een gat als hart

gegeven & leegte stromend leeg door lege aderen
zodat zijn arm & hand wel de begeerde lijnen Art Nouveau
kon leggen maar het leven dat hem restte heus
volledig
was, meer letterlijk dan Vondel ons dat woord

verzonnen had.

(…)

 

[fragment 3]

De nieuw geflashte biosbuddy met het oortje in, de veelal geskipte intro
& de in het less-is-more ge-niet-designde wit der lege bestanden
opgezogen conceptuele outsider-art genererende subroutine mergden
in de nacht voor Allerheiligen & een rappend monster van hun kunnen
kwam die ochtend op een bleke stroom chrysanthen aangeroeid:

zie op het nepparket der vergaderzalen deze blanke drop-out schuiven
afhankelijk van hoe hoog je staat zie je hem wel degelijk of niet
als een visgraten motief het bloedsverbonden
white trash hoogdiets
de planken ingewoven, het openvallende zwart van de zware jutten jas
duivels slim in de kleine pauzes bij het afslaan der schermbeveiligingen

geborgen, het Verzetshoofd waarvan de kraag hautain
de eerste winterlucht uitdagend
in haar modieus uitgezette lijnen
opsnuift

evenals den afzichtelijk headbangende man zelve, de ontijdige
oorbellen nukkig bengelend bij het omslaan, omdat daarbij de terabytes
aanhang in woord en gedachten hem afkalven, de blonde babes zich massaal
van uit zijn feed laten filteren & is hij niet o martelaar der armen van de gil
nog ontdaan, de theatraal galmende zijnsgrap van
Tante Sizzle bij de afvallige
kamerjas, het provocatoire badkamertegelige liggen, ingedoken zacht
alsof haar lenige lijf zich in dit abatoir aan spots ooit verhangen zou
& ach het tegendraadse o slaken daarbij van de in haar kirren
terugplooiende huid, het schaamteloos uit het verdoken vel
op de meningen inpratende, op de duf gechaufeerd opwalmende
geheimen, stel dan nog dat hij het naar believen als lichaam uit
de kijkvorm uitrukken mag, in een spreadsheet uitrafelen, zo
als een uitgekiende
netbattle van nummers in de diepsteedse vestiaire
dat later tot het spreekwoordelijke
jassen van lexicale databases leidde:

herfst bruine de de het de de rot gène herfst
sluimeren slenterde blad treurwilg angstvallig

herfst zijgen stil lost lispelt inzage herfst
herfst herfst in in op in in herfst herfst

herfst herfst het het het het het herfst
kamer venster scherm raam kader herfst ?

heeft hij het wel nog binnensmonds hoe het haar
de trilzuchtige krampen uitwaaide? is er nog tong
waar hij het likt, waar het haar lillend een lichee is,
het gepelde immer doel geweest is, het naakte gewild
al was het nog zo kil dat het stil moest, krijgt hij haar m.a.w.
nog bijtijds de hals toegeknepen? waarom het dan
o het dappere gewrocht in zijn hikkende wikkels
zo vaag is binnen dat okeren kader & geschetst
alsof het mooi moest, met mate beademd?

(Wasemt er nog wat de spiegel op of is het hem deskundig
helemaal ten vele yobibytes omvattende hemel gestegen? De vraag
die hem in twijfel trekt is enkele nanoseconden later ondenkbaar
terwijl daar immers het verzette Woord het netwerk dóór meandert
al :)

” Vrieskou kome dat ons die lijkzware stank bespaard blijve
dat in ´t kristallijne stof ter aard bij al het uitgezomerde
het uitgekotste slijm der sentimenten snel wegkwijne want
al klaagt haar sexy stem zo schor en staan de tere ogen dof
al priemen nog die tepels de dikke lucht ter spanning aan
dit hoogverwaand en lonkend oker moet terstond verdwijnen
& uit de spraak der datadealers elke zucht om haar van klank

ontdaan.

 

 

Fragment 4

[T. Sizzle spreekt tot ons bij het binnenrijden van Tienen, Station Tienen]

onze woorden

koud of daar spant Zij al met verve ons de luster
der avondluchten uit, een klingel-klangel van
wrange kleurgewrochten, een fout-fauvistisch werk,
gekladder aan het zwerk & heel extreem in

vetomlijnde

lagen , het brave stadje als een mini-Oostende groots
in het marineblauw & donkerroos doorspekt oranje overtrokken
& tot in het minuscule als inktvraat de lijnen ingetrokken
of in een latere ekphrase, op het vel van de nakende nacht als

mee-etertje

niets in het niets der steedse werken verscholen. Het is niets, krabt
zij zich de jeuk van tussen de bezwete benen, daarbij onze ergste
angsten beamend, het is niets, inderdaad, al om niets die
tergend trage ondergang van uw belang in

steedse zaken,

het is die droom nabij waarbij van sectie A
de droom dient op te houden vooraleer
de droom tot sectie B kan komen & ieder
keer dat ik of jij hem droomt & wakker schrikt

de lucht ijler

wordt, de longen ons harder op de grotere leegte inklappen,
& in de drammerige woestenij van industrie & razernij
waar iedere slammer de stanza’s tot in de nok met vlees wil vullen,
de laatste droeve plof nog droger onhoorbaar klikt,

in stilte niet

klinkt, weigert met de lege rust die van alle tijden nu of ooit
de eindeloos strekkende grond, d’eindmaat & d’aards-bepaalde
strikte noodzaak is. Het stemt ons niet te weten, het krast
ons toonloos, maakt niet blij & streelt geen hovaardij

maar innerlijk

zwelt al het kennen bij ‘t zwelgen de bloedklonters tot wapens
& barsten weldra in duizenden breinen deze clusterbommen
maken de geslibde paden ter helderder inzicht weer vrij. Zo
ook verging het mij eermaals toen ik Aeneas nam,

die van Rome

roem wou maken & een kwezel van mijn volgelinge …

 

* Lucretius clinamen: zie http://www.londonconsortium.com/courses/MapstoneStoicsessay.pdf

Illud in his quoque te rebus cognoscere avemus,
corpora cum deorsum rectum per inane feruntur
ponderibus propriis, incerto tempore ferme
incertisque locis spatio depellere paulum,
tantum quod momen mutatum dicere possis.
quod nisi declinare solerent, omnia deorsum
imbris uti guttae caderent per inane profundum
nec foret offensus natus nec plaga creata
principiis; ita nihil umquam natura creasset.
Quod si forte aliquis credit graviora potesse
corpora, quo citius rectum per inane feruntur,
incidere ex supero levioribus atque ita plagas
gignere, quae possint genitalis reddere motus,
avius a vera longe ratione recedit.
nam per aquas quae cumque cadunt atque aera rarum,
haec pro ponderibus casus celerare necessest
propterea quia corpus aquae naturaque tenvis
aeris haud possunt aeque rem quamque morari,
sed citius cedunt gravioribus exsuperata;
at contra nulli de nulla parte neque ullo
tempore inane potest vacuum subsistere rei,
quin, sua quod natura petit, concedere pergat;
omnia qua propter debent per inane quietum
aeque ponderibus non aequis concita ferri.
haud igitur poterunt levioribus incidere umquam
ex supero graviora neque ictus gignere per se,
qui varient motus, per quos natura gerat res.
quare etiam atque etiam paulum inclinare necessest
corpora; nec plus quam minimum, ne fingere motus
obliquos videamur et id res vera refutet.
namque hoc in promptu manifestumque esse videmus,
pondera, quantum in est, non posse obliqua meare,
ex supero cum praecipitant, quod cernere possis;
sed nihil omnino regione viai
declinare quis est qui possit cernere sese?
Denique si semper motu conectitur omnis
et vetere exoritur novus ordine certo
nec declinando faciunt primordia motus
principium quoddam, quod fati foedera rumpat,
ex infinito ne causam causa sequatur,
libera per terras unde haec animantibus exstat,
unde est haec, inquam, fatis avolsa voluntas,
per quam progredimur quo ducit quemque voluptas,
declinamus item motus nec tempore certo
nec regione loci certa, sed ubi ipsa tulit mens?
nam dubio procul his rebus sua cuique voluntas
principium dat et hinc motus per membra rigantur.
nonne vides etiam patefactis tempore puncto
carceribus non posse tamen prorumpere equorum
vim cupidam tam de subito quam mens avet ipsa?
omnis enim totum per corpus materiai
copia conciri debet, concita per artus
omnis ut studium mentis conixa sequatur;
ut videas initum motus a corde creari
ex animique voluntate id procedere primum,
inde dari porro per totum corpus et artus.
nec similest ut cum inpulsi procedimus ictu
viribus alterius magnis magnoque coactu;
nam tum materiem totius corporis omnem
perspicuumst nobis invitis ire rapique,
donec eam refrenavit per membra voluntas.
iamne vides igitur, quamquam vis extera multos
pellat et invitos cogat procedere saepe
praecipitesque rapi, tamen esse in pectore nostro
quiddam quod contra pugnare obstareque possit?
cuius ad arbitrium quoque copia materiai
cogitur inter dum flecti per membra per artus
et proiecta refrenatur retroque residit.
quare in seminibus quoque idem fateare necessest,
esse aliam praeter plagas et pondera causam
motibus, unde haec est nobis innata potestas,
de nihilo quoniam fieri nihil posse videmus.
pondus enim prohibet ne plagis omnia fiant
externa quasi vi; sed ne res ipsa necessum
intestinum habeat cunctis in rebus agendis
et devicta quasi cogatur ferre patique,
id facit exiguum clinamen principiorum
nec regione loci certa nec tempore certo.

 

 

“Waarover hetvolgende u ons ook wetenswaardig lijkt,
dat wanneer deze lichamen recht het ledige doorvallen
door hun eigen gewicht, op een onbepaalde tijd,
op een onbepaalde plaats ook over een kleine ruimte verschuiven
zo dat je zou kunnen stellen dat deze een afzet kennen
want zo zij deze afwijking niet zouden hebben, zou alles
als de regen in rechte goten het ledige diep omlaag druipen
& zou er zich geen hinderingen voordoen of botsing der atomen
van enige betekenis. Zo zou niets ooit in de natuur ontstaan “

untsoweiter, (vertaling dv.)

Titus L. Carus, waarover verder niks bekend is, heeft het hier over minimale distinctie scheppende fenomenen in een verder volstrekt deterministisch universum. Het grootste probleem van het determinisme is traditioneel de verklaring van hoe er uberhaubt iets nieuws mogelijk is in een gedetermineerde wereld, en hoe bv hier de notie vrije wil te rijmen valt met het dictum dat ‘nooit iets uit niets ontstaat’.

Lucretius poneert hier zijn onzekerheidsprincipe, nl. het ‘clinamen der atomen, een geringe afwijking waarover noch plaats noch tijdstip geweten is’.

U zal begrijpen dan onzen Titus in recente tijden een beetje aan herwaardering toe is gekomen, daar de ontdekkingen van de wetenschap afgelopen eeuw voor een stuk ’s mans losjes uit de mouw geschudde en in ronkende hexameters nedergepende theorieën met feitelijke data blijken te kunnen ondersteunen, indien men op onwelvoeglijke wijze zijn begrip atoom vervangt door wat de moderne natuurkunde over primaire deeltjes danwel golf-partikels heeft te zeggen.

Uit een ander citaat moge blijken dat Lucretius zich ook van de code-eigenheden van zijn tekst zelf bewust was, ook al zoiets dat actuele scribenten zoals u en ik vertrouwd in de oren zal klinken:

“Nu ja, in onze verzen kunt gij ook zien dat een menigte letters in allerlei woorden ‘t zellefde is, maar gij moet toch erkennen dat verzen en woorden de ene uit deze en die weer uit andere letters gevormd zijn; niet omdat wij niet vaak gemeenschappelijke letters ontmoeten, of omdat er geen twee zijn gevormd uit dezellefde letters, maar omdat meestal niet alle precies aan elkander gelijk zijn.” (II 688-694)

Natuurlijk moet je dergelijke duizenden jaren omspannende letterverbanden met de nodige korrels natriumchloride op smaak brengen, maar het doet den Argeloze Westerling toch deugd om naast die eeuwige boeddhisten ook ’s een recht-voor-de-raapse Italiaan als precursor genoemd te zien, een term overigens die ons bij de immer immens triest ogende Harold Bloom brengt, de nogal tot uiterst reactionaire literaire theoreticus die het swerven op z’n Lucretius toepast op literaire voorbeelden en hun navolgers, om zo tot een evolutief beeld van de literaire wereld te komen.
Allemaal 1 pot nat, we zeiden het al, want de
common denominator in al dat hernieuwde atomisme, is, helaas, want het zou ook anders kunnen, dat van een geruststellende terugkeer naar de Zekerheden in ons Leven.

Vandaar dat hier soms bedorven verzen stinkend klinken, of zwaar klinken om bewust naar verderf te stinken.

Nu ja, u zal zeggen, die perceptuele swerve-incentieven van u, dat klinkt wel goed, maar dat is in feite larie en apekool want alles wat u laat zien daarvan bevindt zich hoedanook in de representatieve orde en heeft niksvanal uitstaans met de wetten die de materie beheersen. Nou nee, zeg ik dan, want u dient ook te beseffen dat de Kathedraals Leer (aka de kessel-loose kabbala, een ladder met verscheidene sporten) slechts twee zijnsorden erkent, te weten, die van het onbestaande Zijn, dat uit elke reden dient geschrapt omdat het Zijn een gepriviligieerde term is van de Code, en die van het humane Worden, waar men de Code in haar lopende vorm kan aanschouwen, maar waar elk aanschouwen tevens een meelopen der Code is, en waar niet geschouwd kan worden zonder ook terzelfdertijd geschreven.

Het is misschien wat ingewikkeld, zo op een zondag, terwijl u enkel wat wou bloklezen, maar eigenlijk is het poepsimpel: de uitspraken der fysica betreffen netzogoed ´slechts´ de lopende code als dezen die hier vallen, (alleen vallen er hier geen uitspraken, waar zouden ze dan opvallen?). In het digitale veld wordt duidelijk de grootse flattening van alle code tot Code, en waar wij winnen aan bewerkbaarheid (het conformiseren of zelfs comfortiseren van de code aan ons gemak, aan de waarheden zoals wij ze willen (be)leven), daar verliezen wij aan vorm- en/of zingeving (hetzij informatie).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met het Hoofd buiten, Tante binnen en huid ertussen
is het wel uit te houden,
winterkou went. Snel

van Sweelinck nu door Koopman
de variaties
Est-ce Mars in deze

duiventil, dit klokhuis, de nis
in de eeuwige muur van onze duisternis, waar het Liefde
regent te wijd voor Zijn
armen untsoweiter

men neme zijn Van der Graft op p.369 e.v.

Blijf Kalm in de Heer die Licht is en Dagen (116)

 

 

Want gij in den Hoge zijt alleen bedrieglijk, al te diep

Werd ik door u nedergebogen & toen de koorden

Des doods mij omsnoerden, in de ure dat ik

 

Door koortsen uitgemergeld op Uw stofloze Wezen
mij stortte, toen de beklemming mij aangreep & ik

Rilde, mijn ogen hunne kassen bijna verlieten

 

Van ontzetting om de naderende tel waarin mijn

Einde voltrokken zou zijn, toen Gij mij weigerde
Vanuit het desolate duister van Uw onwil het minste

 

Erbarmen toen Gij niet in mededogen maar in nietzijn
Verkrampend het nietzijn verkoos boven de minste
Toegift aan uw alom geroemde medemenselijkheid, toen

 

Mijn lippen te laven u te min was, toen Gij zo het u
Door anderen gegeven zou zijn eerder de pijn in mijn
Lendenen met het slaan van Uw stokken vermeerderen wou,

 

Toen Gij mijn roep tenslotte en mijn smeken negeerde

Toen besefte ik eilaas te laat dat Gij nimmer Uw beloften
Inlossen zou & kon ik de vrede vinden in het algehele Niets

 

Dat U mij aldus een leven lang ontzegd had. Looft dus ,
Wereld , uw Heer, heb Hem lief opdat gij met dergelijke

aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in het uur

Van uw sterven zonder twijfel in de brekende ogen uw dagen

Geteld weet, opdat gij zoals gij uw naaste bemint evenzeer
Dat Alomvattende ten hemel stierende met uw liefkozen verniette.

 

 

 

 

Wat doet die verloren Psalm hier in godsnaam, kán het dan echt niet
effie een beetje netjes”

 

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

De spiegelsymmetrie etcetera

Figuur met spiritistensliert in een  blauw-bruin veld

Ongeluk voor twee

Bespottelijk, ook hier, is het opgeven
van bloed ter verduidelijking, het geschonken
plasma der clarificaties, gulp,

het wat glijdt er nu weer in het duidingsveld
het wie vaart er mijn aderlating aan, plop,
het hoe heks ik het hier nog uit. Kom, kortom,

de bel gaat, schuif aan,
treedt binnen, bestel ons een
ongeluk voor twee personen.

De kaderleden stremmen wel
het gelikkebaar van vlammen,
de soepbinderij bindt & uit velen
zullen de verafgode bedragen vallen
als lichtbrekingscoëfficienten.

Van de objectieve illusie immers
moeten we afzien, van het heden
de rust inslikken, het bebroeden
tot het kuikent. Steek dus je hand uit,

& zie de 4 priemen trillen
van de ingehouden woede, tel
de tentakelende lustkronkels,
aanschouw een wereld van
onverdelgbaar, slecht
vertaald verdriet.
dv, 30/01/07 20:18

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

Het gezamelijke falen

Het gezamelijke falen

Het bekken oogt eiblauw, het bloed geeuwt & kolkt,
we worden dagelijks ouder & gekker & mooier &

de hemel kan zich met vallende rotsblokken
nauwelijks verstaanbaar nog maken. Vogels

uitnodigen vogels ter hunner beider begrafenis
& eveneeens naar Afrikaans gebruik wil je, in

de naarstig bewerkte singulariteit van ons vluchtige
samenzijn, in dit enge éne, het beschilderde heden

dat je met die andere dode van ons delen moet,
die theetafelhuidafstropende getallenpriegelaar,-

wil je nog haar mozaieke lijf beroeren, haar tempel
bevlekken, haar vloertegels bekrassen, ontheiligen

de laatste halmen van heur haar, retoucheren die strengels
de dode lippen belikken die je ooit van wanhoops

diepe waters weg deed weifelen, de klamme hand
omstrengelen die je in liefde deed nulbarsten, de dijen

kussen waartussen zij je haar wezen diep injoeg
opdat je dit in deze stilstand tenminste in hen zou

kunnen wegzeggen vooraleer ik & jij & zij voorgoed
bij het witte node het wit zitten te witkalken & ik

op het rammelige raamwerk van onze zielloze
letters tot louter klanken wijselijk wil spatten :

parakalpita, paratantra, parinispanna.
Eleja Adonay nasati ‘enay…

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

Neem een stad, plooi ze open

NEEM EEN STAD , PLOOI ZE OPEN

I
[helicopters vliegen over, geluiden
van een woedende menigte]


Zeefdruk van een werelddeel : ik heb
een vinger in de inkt, leg
hem eruit, verscheur
de vrede op papier. Gedachtengang

waaraan bij benadering nooit een einde
komt. Die Europese teef,
dat stukje in pathetisch gekleurde olie
vereeuwigd vlaggenzwaaiend moederschip,
een met afhangende vleeslappen
neergekwaste nipplegate dat bijna
in al haar schreeuwlelijkheid tot hot item
verhard, galmend in haar holtes van Liberté,
Fraternité en Egalité
, waarin de vuist
van het Verzet veelvuldig met aanzuiggeluiden
ingemurwd, uitgewrongen wordt, zo
wil je die bloedvrouw (komaan, komt
er nog wat van) op haar punt
doen verklonteren : dat het niets

is, wat je wou, hoe stilletjes je
het haar zeggen zou, terwijl op 4 juli
0u.50 stipt het stof van haar netjes
imploderend lijf als een midsteeds a
fgeschreven wolkenkrabber hoogst
professioneel gedynamiteerd door de dochter
van Red Adair door de aanpalende
straten stuift, de genetworkte
camera’s tegemoet: doordraven, langer
dan goed voor je is. Want
wiens krakende stem was het, hoe werd
er gestorven, wie droeg daar de woorden

uit of zei ze niet zelf: Schuw niet
die verbijsterende hemelbreedte
tussen de kramp in je voet
& het spoor op beton

van een slak zonder huis
tot een steenwormpje dood,
als je wil dat ik kom?

Walging en ontzetting
verwekkende wreedheid
leg je de handen op, het schrift
en de mond, een
meer dan beestachtige
incorrectheid die zich meet aan
de Inquisitie, de Rode Khmer of
een spraaktechnologisch geplande
kleine onvolkomenheid
zoals onze vergissing (was het nu Bush
of Blair, de vingertjes krommen)
bv de meedogenloze plof &
vervolgens het krachtdadige
rukken van het hart
uit – oh sorry guys-
de joodse mystiek.

Het gruwen daarentegen was haar net zo stevig
aangesnoerd als de riempjes van een neo-prof,
dus je kon het je wel laten afglijden, die huid
en die wrat op je vel.( KLETS zo kletst er plots 10
jaar na datum een jong meisjeslijf als een terminator
uit een lekker rampzalige toekomst
de poëtische bühne op)
Een makkie, jongens, hup maar, niks heeft ze
om aan af te schuren. Oogst met het vet
van de grond & de zegen van pausen
lillend tot hapjes verstrengeld, gebruiksvriendelijk
op je bord gekwakt. Verviervoudigde
kijkcijfers nog voor je de woorden
vantussen de algen kon vissen : leegloop
van kranen, stortvloed van flessen,
klaterend glas in een spiegelplas haat.
Vuur zal het stelpen wel stoppen.

Een lijk struint inmiddels door de duinen, krijst
een meeuw aan dat het béter kan schuimbekken,
snéller plukken, langere dagen kloppen

Is er een wens in je hart, een voorkeur
van vinger, macht in het wit van je lach ?
Wat heet behoedzaam als je vel

toch al openligt ? Kleumt de zon
morgen een klad kleur op je tong ?


II

Strijkers ! & de snaren staan al te springen.
In een uithoek wil zonodig een papperig blondje
met de billen stevig in het zeil gedrukt
een bloederige torso met repen spek beslaan.
Ze weet nochthans best van net nog in de krant
dat er aldus water in de tent belandt.
Luchtafweergeschut ondersteunt haar lijdzaam,
slag op slag, met plukjes licht in de lucht.
Torso in kwestie murmelt kathedraalgezangen, sist
centrifugaal het stof wegweg van de frees,
klappertandt tot het stilvalt, omstuikt
& hits braakt : het ritme zit goed
het tempo is er, de nooddruft &.
beverig begerige hufters schuiven af, schuiven aan,
passen beschikbare titels aan. Doodshoofd
met ambitie heeft een ouwe Messerschmidt
bemand & hakt met beleidsfehige precisie
hier en daar een rijtje halfmidden. Dit soort
meesterschap verwerf je niet zomaar, vereist
een

Barst. Breekpunt plots in een brei
reikhalzende reisreportages : het
Wicht is er, twee gibberende heksen
ondersteunen haar vleugels, een dwerg
dwingt met moeite haar slagstaart
de grond af. Krëfel Krapunzel stormt
uit de boxen met een oude lachslang
over de val van de muur. Een zweetzak
parelt uit de nok omlaag met de vraag
Was het nu rood of blauw ? Sluiers

buikdansen het antwoord en de tent
omtploft. Feilloze wakslag, die schijf.

Ik ben er weer, plots, want ik voel mijn buik
zich bedenken : stroom is niet
éénieder gegund, er wordt in verdere
steden nog verdeling gepredikt : twee
maten, twee dagen, een duizendtal
driemasters om het plat van de aarde
te besnijden. Kommer & kwel,
uiteraard, maar dit soort hardnekkigheid
krijg je de kop niet ingedrukt. Zwelg
wat je wil, een lijflied blijft kleven.

Klok in je keel, hand op je hals :
waar eindigt mijn hand, waar start
het gebaar ? Zie je de handen branden
achter de randen van mijn handen?
Verlang toch niet zo, buitenbeeld waggelt
als immer de tovenaar, wijst met zijn stok
naar het woord in je haar, vraagt of je nog vonkt,
al vult de wereld zich vol met de geur
nu je brandt. Straalt nog effen je oog

op het bot van dit mes, pit op het blauw
in de vlam rond je hoofd, tik op je rug
die zich kromt nu ik lik in mijn hand ?


III

Neem een stad. Plooi ze open. Hangt
er een peertje naakt in een cel te gloeien?
Zeg ik teveel als ik om het uur een kom
rozig water door een sjofele sprinkhaan
in de sterfput laat ledigen?
Plooi ze weer dicht.
Vraag dan verder ook maar niet meer
naar wat niet het geval is. Krijgen
doe je mij toch niet.

In- of ex-, wat maakt het uit : de laatste
golven ebben weg, verstrooien de asse
in de bak voor mijn neus tot een vorm
van gelegenheidsvisioen. Kijk,
daar heb je haar weer, onweerlegbaar.
Een berg stormt ze af. Zo snel als ze kan,
om de beweging daarin niet te voelen.
Beetje zoals ik doe als ik wekenlang
stokstijf het draaien van de zon
rond mijn hoofd sta te ontkennen.
Beneden gekomen wenkt ze wulps
naar iemand die bleef bovenstaan :
zie je nu wel, hoe makkelijk dat was ?
Geen reactie. Trekt de stof tot een strik
op haar borst : kom je dan niet ? Geen kik.
Ze gaat weg, bergt haar rug in de kast
van dit land. Bovenaan haakt de man
zijn armen uit het kruis & zet de hemel
aan tot spoed, voornamelijk omdat hij dat
elke dag zo doet. Het vervolg laat zich raden :
hij daalt & met hem de massa kreunenden
onder hem. Al die onzin is
& blijft teveel voor een man alleen.

onderschikt in:Gedichten, Herschikkingen

Pribramiaans

‘He [=Karl Pribram] believes that conscious experience is the act of
correlation itself and that correlation occurs in the dendritic structures by
the summation of the polarisations (and depolarisations) through the processes
in the dendritic networks’

Jeff
Prideaux (WCU) in “Comparison between Karl Pribram’s “Holographic
Brain Theory” and more Conventional Models of Neuronal Computation”,
XXXXX, Compiled and edited by XXXXX, XXXXX 2006, ISBN 0-9550664-4-1, p82

Beeld je in
dat de woorden
dit deden
dit bibberen
dit bloeden
dit
Hier zijn
en het dan
pardoes
begeven.

Uw restbestand, o gij uitgaande u,
o gij schokkend okeren tot ‘t donker
stille inkerende sterfding, o gij ademloze
zweetlap die in de glijwateren als een aal
in alg-groene poelen gedijt & smetteloos toch
uw schrilste klinkers kirrende berent,

o gij die instort meteen & als een
alles van uw leven extatisch
is, in
alles aleph is,  zo
ik het
sluiken van uw haren, die
vinger daar
de druppel net nog
maar de
vergetelheid al uitschuif, op
het valluik
uit de kuil in de muil
van het
rasterende mormel
te kijk
leg, zich laat te zien
zijn – uw
worden, zeg maar

Uw
restbestand dus zakt
weldra
resoluut onder de
kritische
grens waarna, zo
vrees ik,
de holonomische
restitutie
wellicht geheel
onmogelijk
wordt. We zouden

zullen we
met andere
woorden
hier maar
’s moeten

praten?

dv 18-20/10/2006
Uit ‘101 Eigentijdse Aanroepingen van de Muze’

onderschikt in:Gedichten

Minima

een hoopje nog & het is
een mootje meer & het is
een enkele tel & het is

de daken dragen de regen die de daken dragen
de mannen dragen het lichaam dat de mannen dragen
de bomen dragen de takken die de bomen dragen

de violen kermen de violen
het einde stuitert op het einde der spiralen
de hond blaft de hond

je schouder haalt een schouder op
je hand schikt handen in een hand
je vinger wijst een vinger aan

het einde stuitert op het einde van

een hoopje nog & het is
een mootje meer & het is
een enkele tel & het is

 

dv 2/01/2006 21:25 – 22:19
3/01/06 20:48

onderschikt in:Gedichten