- wie zich niet de vederen uitrukken kan, zal enkel uien pellen.
- wie zich in de luren legt, grijpt naast de vermicelli.
- wie ‘s nachts van ganzen droomt, moet overdag niet het kwaken laken.
- alleen een mens kan bedenken dat het ofwel een golf ofwel een deeltje moet zijn, vervolgens besluiten dat het beiden tegelijk zijn kan, en dan gedurende meer dan een eeuw geheel over het hoofd zien dat het daarnaast nog een plethora aan andere dingen kan zijn.
- de geliefden die des avonds in het mistig priemende straatlicht omarmd naar huis wandelen, hebben voornamelijk de straat nodig om hun liefde in stand te houden.
- kennis hebben van andere werelden is niet altijd even aangenaam, maar verder valt bijziendheid best wel mee.
- het is bij treintjes richting afgrond aangewezen om tijdig af te haken.
- een glanzend nieuw vijandbeeld is altijd in de spiegel verkrijgbaar
- te weer gaan: het teweeggebrachte weegt, het gedane keert
- verminder de wereld met de wereld & je krijgt de wereld
- de muur bepaalt het licht & in die spiegel trillen alle spieren op de gezichten
- de tijd is een instrument (oud ijzer)
- iets bestaat pas als het nooit begonnen is
- wijzen met bewijzen zijn geen wijzen maar wijzers
- standvastigheid is de gestage onderdrukking van het leven door de pathos van het ik
Leert het stof uw stof bevelen
Leert ontstrammen eer ghy loopt
Leert u van uw selven stelen
Leert genaecken dat ghy hoƓpt:
Maer oock, Heer, om Dijner eeren,
Eewigh Eeen, en eenigh Goed,
Leert haer uyt Dijn’Leere leeren,
Wat sij leeren leeren moet
Constantijn Huygens op 1 der preSporten van de Kathedraalse Leer